Een barre zaterdag
Babel, Jericho en m'n ouders.
Bij het wakker worden kletterde de regen op de ramen. Dus niks geen 'zachtjes tikt de regen tegen het zolderraam', zoals Rob de Nijs ooit zong, maar een echte plensbui.
Toen het om 08.30 uur droog was ben ik toch uit Linz vertrokken met als voorlopige bestemming en volgens planning Ybbs a/d Donau. Het was natuurlijk niet zo handig om weg te gaan, met het oog op de weersvoorspelling, maar Mari Koppert heeft me, met zijn romantische bespiegelingen over Wenen, alle voorzichtigheid doen vergeten. En dus ... gaan met die banaan. Dat viel me trouwens mee van het hotel, m'n fiets moest dan wel de hele nacht in de regen staan, maar op m'n bescheiden vraag of ik soms een banaan voor onderweg mee mocht nemen, kwam de receptioniste met de meest gulle glimlach die je je voor kan stellen, zomaar twee bananen brengen. Wat dat betreft leert zo'n reis je ook wel weer een nieuwe vorm van dankbaarheid.
Nu zal ik ongeveer een kilometer onderweg geweest zijn, toen m'n hart opsprong van blijdschap. Niet omdat ik een bordje met Jeruzalem zag, maar omdat ik een bordje zag met daarop: Donau route naar Wenen, 229 kilometer. En dan ga je toch rekenen, maar weer een kilometer verder, bracht de barre werkelijkheid van deze dag, me gelijk weer terug van de onzin van deze veronderstelling. Een echte Hollandse plensbui, maar dan één die niet meer ophield.
En met het idee van, 'ik zal me niet laten kisten' ben ik manmoedig als een hopman in korte broek, verder gegaan. Met de hoop dat het zo wel weer droog zou worden. Maar dat werd het pas veel later, toen ik al een uur op m'n uiteindelijke bestemming in Melk aangekomen was.
Het probleem met die regen is, dat je uiteindelijk van je kruin tot je tenen nat wordt en door moet blijven fietsen om niet helemaal te verstijven van de kou, want de temperatuur was ongeveer 12 graden. Maar er was toch ook een lichtpuntje, m'n tassen (gesponsord door Piet Verboom en Arjan Luijten) bleken echt waterdicht.
Babel en Jericho en m'n ouders
Een bijkomend probleem van die regen, is dat je wat minder oplettend wordt op de bordjes. Het is soms toch al een hele puzzel om uit een veelheid van bordjes precies het bordje te kiezen dat jouw richting aangeeft. Ik heb een foto van zo'n situatie genomen, waaruit je kan zien dat er meer dan de twee mogelijkheden van de 'smalle en de brede weg' kunnen zijn. Als u de foto met die bordjes vergroot dan moet ik dat bordje volgen met Radweg 1. (R1) Maar dan staat er ook dat vermaledijde bordje in die richting met het opschrift 'Bankette nicht befahrbar'. En dan laat mijn kennis van het Oostenrijks me lelijk in de steek. 'Nicht befahrbar', daar kan ik nog wel iets bij bedenken. Maar of ze nu met die 'bankette' bedoelen dat de banketbakker niet bereikbaar is ... ? Wie het weet mag het zeggen, maar dat is dan wel te laat, want ik raakte verderop het spoor mooi bijster.
Maar ... mijn moeder zei altijd, je hebt een Hollandse mond en daarmee kun je altijd vragen. Maar dat is dan net het probleem, die Hollandse mond. Want in Oostenrijk kom je daar niet zo ver mee. En dat is nog steeds het gevolg van die jongens uit Babel, u weet wel, die van die toren. Als die zich van tevoren gerealiseerd hadden waar ze mij mee opzadelden, dan waren ze nooit aan die toren begonnen. Toen ik tenslotte het gevoel kreeg dat ik al zeven keer hetzelfde rondje gereden had, vielen er geen muren om, maar viel het kwartje doordat een Oostenrijker met een wijds gebaar een andere bocht aanwees. En daarbij herhaalde hij steeds maar zoiets als: 'immer gerade aus'. En dat bracht mij een uitspraak van m'n vader te binnen. Die is in zijn leven één of twee keer in Duitsland, in Monschau, geweest en dat had hij onthouden. Als we later wel eens een eind gingen rijden en de weg niet precies wisten had hij nogal eens de gevleugelde uitspraak: 'immer gerade aus'. Daarmee bedoelde hij dan, je komt altijd wel ergens. Maar ik wilde niet ergens komen, maar gewoon in de richting van Wenen. Misschien is de gedachte aan m'n vader ook wel één van de redenen om het vol te houden. Want die man fietste op een gewone fiets in één weekend heen en weer naar z'n zuster in Boil (Drenthe). Zonder zeem in z'n broek, met twee onderbroeken aan en gaan! Maar dat even terzijde.
Uiteindelijk heb ik toch de Donau weer gevonden en dan is het alleen nog maar opletten dat je stroomafwaarts gaat.
De eerste 60 kilometer waren wel nat, maar ik had de wind nog van opzij en soms zelfs van achter. Maar de laatste 60 kilometer kreeg ik de wind schuin van voren of pal tegen. En dan is het gewoon malen op een zo groot mogelijke plaat geblazen, of zoals Tibboel al schreef, eerst de linkertrapper en dan gewoon de rechter naar beneden duwen. En dat natuurlijks steeds afwisselend. Dat had tot gevolg dat ik vroegachtig in Ybbs aankwam (m'n oorspronkelijke bestemming). Nu voelde ik met op dat moment nog goed, geen zadelpijn of kramp en dus ... toen ik het bordje -Melk 30 kilometer- zag besloot ik verder te gaan. Als me dat lukt, kan ik maandag al in Wenen komen. Nou ... dat heb ik geweten, nog geen paar kilometer verder kwam het met bakken uit de hemel en kreeg ik een behoorlijke wind ‘op kop'. Pal tegen dus. En dan begint het, eerst voel je je voeten in je mooie fietsschoenen nat worden, je witte fietssokken beginnen zwart te worden en langzaam aan verstijven je vingers en je tenen. Toen ik tenslotte in Melk aankwam, moet ik echt op een verzopen kat geleken hebben. Ik ben het eerste het beste hotel in gevlucht (want dan verlies je ook gelijk alle financiële voorzichtigheid) en gelukkig was er nog één kamer over, maar voor de volgende nacht was hij bezet. Nou dat zien we dan de volgende dag wel weer. Ik werd beheerst door maar één gedachte, een hete douche. De hotelbaas was supervriendelijk, hij heeft m'n kleren en schoenen ergens te drogen gehangen, m'n fiets weggezet, m'n tassen helpen dragen, het kinbandje van m'n helm losgemaakt, zich discreet teruggetrokken en ik onder de douche.
Dat was het wel weer voor vandaag.
U zult begrijpen dat ik onderweg niet zoveel foto's genomen heb, ik kan ook geen idyllische beschrijving van de omgeving geven, want geloof me, daar zie je niet zo veel van. Ongezellig nat en je komt zelden iemand tegen.
Tenslotte
Ik hoop vuriger dan ooit dat de Geest van Pinksteren in al zijn volheid het voor elkaar krijgt dat wij elkaar binnen en buiten de gemeente letterlijk en figuurlijk gesproken weer leren verstaan. Dat alle taalkundige en geestelijke barrières weggenomen zullen worden en dat voor ons allemaal dit geloof de zekerheid mag worden, zoals je dat hier in Oostenrijk vaak boven zo'n Christusbeeld langs de kant van de weg ziet: I N R I
Als Hij uw en mijn Koning mag zijn dan zal de vrede en de heelheid, waar we nu alleen nog van dromen en die zo vaak bij je handen afbreekt, werkelijkheid worden.
Stel je voor dat dat gebeurt, dan kon het wel eens gebeuren dat mijn (levens)reis en dus ook m'n fietstocht hier zomaar afgelopen is.
MARANATA ... ... Kom, Here Jezus, ja kom haastig!
AMEN
Ps Voor het geval u dat laatste als een kreet beschouwd om het maar op te geven ... ... nee dus.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}