De laatste loodjes
Dinsdag 16 juni
Vanmorgen om 07.30 uur vetrokken uit m'n hotel na een opmerkelijk rustige en stille nacht. Ik vond het al zo vreemd toen ik in dit hotel aankwam dat er geen gordijn voor het badkamerraam zat. Ik keek weliswaar tegen een bergwand aan, maar daarboven vandaan konden ze zo naar binnen kijken. Maar goed, ze kennen me hier toch niet denk je dan, dus in bad voor een open raam. Maar toen ik vanmorgen m'n fiets achter het hotel vandaan haalde werd me alles duidelijk. Dat geopende raam en de stilte van de afgelopen nacht. Ik sliep namelijk naast een begraafplaats, die drie meter hoger op die berg was aangelegd. Ja en dan heb je vanzelf geen last van herrie of inkijk.
Ik ben langs de E60 van Sighisoara in de richting van Brasov gereden. Dat viel me nog vies tegen. Ik had daar tegenwind en zaten een paar lastige en lange klimmetjes in. Bij de langste en moeilijkste klim dacht ik op een gegeven moment: ‘bij dát bidkapelletje in de verte stop ik.' Ik was bekaf en zag het voor het eerste half uur gewoon niet meer zitten. En wat schetst m'n verbazing in dat kleine kapelletje zie ik een afbeelding van Jezus die in de hof van Gethsemane bidt of zijn Vader de drinkbeker van de zware lijdensweg die voor Hem ligt, wil wegnemen. Ik heb er ook bewust een foto van genomen, want het gaf mij de moed om na een rustperiode weer door te gaan. Maar goed, aan alles komt een eind. Ook aan deze ‘lijdens'weg. Zo'n 10 kilometer voorbij Rupea verliet ik de E60 om binnendoor naar Ozunca Bai te gaan. Coby Wassenaar was één van de mensen die me deze route aanraadde. Nou alleen dat gegeven al had me moeten waarschuwen. Het begon met 10 kilometer steenslag en stof als gevolg van de hitte. In Racos hield die steenslagweg op en vroeg ik aan een inwoner de weg naar de volgende plaats op m'n kaart: Baraolt. En die wist maar één kant op te wijzen: terug! Maar daar was ik inmiddels al achter, dat betekende een omweg van 50 kilometer. En daar voelde ik weer niets voor. Ik bleef maar naar de weg vragen in de mijns inziens goede richting. Maar hij maakte met veel woorden en nog meer gebaren duidelijk dat er op die weg geen asfalt lag. Nou daar had ik in de voorgaande 10 kilometer ook niets van gemerkt, dus ik liet hem merken dat dat geen probleem was. In arren moede wees hij op z'n voorhoofd en maakte en gebaar van: dan moet je het zelf maar weten. En dus ... ging ik op weg. Nu en dat heb ik geweten. Het was geen steenslagweg meer, maar een puinweg of stukken onverharde weg waar ik over de klei reed. Nou dat gaat nog best wel als het droog is, maar het was dus niet droog. Het had getuige de diepe plassen, de vorige nacht blijkbaar fors geregend. En dus werd het ook een glijpartij, waarbij ik gelukkig redelijk overeind kon blijven. Maar op een gegeven moment hield de weg op. Er was alleen smal spoor zo'n 20 meter steil omhoog. Dus ben ik eerst maar gaan kijken wat er boven was ... en zowaar er liep een grindpad. De vraag was alleen ... waarheen. Geen paddestoel of verkeersbord te zien natuurlijk, maar je moet toch wat. En in zo'n situatie probeer ik koers te houden met behulp van een kompasje op het stuur van m'n fiets. Maar voor het zover was moest ik nog wel m'n fiets boven zien te krijgen. Eerst de tassen en dan de fiets leek me de beste optie en dat lukte. En zo vervolgde ik op hoop van zegen de reis, totdat ik op een punt kwam waar de weg was afgesloten door een beweegbare boom, die vast zat, maar waar ik met wat gegoochel net onderdoor kon komen. En zowaar stond daar als een wonder een levend wezen die me duidelijk kon maken hoe ik in Baraolt, de volgende plaats kon komen. En door regelmatig de weg te vragen is het me gelukt om daar ook te komen. En wat schetst m'n verbazing ... daar kom ik twee mensen van het kamp tegen, die net boodschappen hadden gedaan. En zij konden me gelukkig de weg wijzen voor de laatste 24 kilometers. En dan vervolg je je fietstocht voor de laatste loodjes toch met wat meer zekerheid dat je uiteindelijk toch op de plaats van bestemming aankomt. Want zeker in het binnenland van Roemenie mis je nog al eens een verkeersbord op een kruispunt. Maar ja ... ik had het kunnen weten - niet voor niets staat er in de Bijbel: ‘vest op prinsen en (prinsessen) geen vertrouwen.' Want net op het moment dat ik bij zo'n kruispunt op m'n kaart stond te kijken reden ze me achterop en riep Coby Volwater: ‘deze kant op, volg ons maar.' En zij ging me voor ...... op de verkeerde weg.
Na 5 kilometer ben ik toch maar weer omgedraaid, want m'n kompas wees steeds de verkeerde kant op. Toen ik voor de zekerheid de weg vroeg aan een Roemeen, wist hij me wel duidelijk te maken dat ik zo verkeerd reed, maar niet hoe ik er dan wel kon komen. Dus toch maar vertrouwd op m'n kompas en kaartleeskunde. En toen werden die laatste 15 kilometers een prachtig slotakkoord van alles wat ik tot nu toe aan natuurschoon gezien had. Een boer die z'n koeien en paarden liet grazen. Een kudde schapen. Boeren die aan het hooien en oogsten waren. En toen ... ik kon gewoon niet anders, welden die woorden van Psalm 65 in me op en zong ik: ‘de weidegrond is wit van schapen, het dal van korenblond. Dit is het land door U geschapen, Uw lof schalt in het rond'.
En zo kwam ik uiteindelijk met een goed en dankbaar gevoel en een gevoelig zitvlak in het kamp terecht.
En geloof het of niet ... 5 kilometer voor het einde voel ik m'n achterband onder me wegglijden. Moet je je even voorstellen, rijd ik intussen ruim 2600 kilometer, zonder één keer pech of een lekke band. Daar mag ik toch wel één keer een compliment aan het adres van m'n fietsenmaker Arjan Luijten voor maken dacht ik zo.
In het kamp stond me een verrassing te wachten. Daar werd ik door 80 kinderen toegezongen met een bewerking van het lied waar ook de kinderen van de Burcht me mee toezongen toen ik uit Valkenburg vertrok. Het was net als bij m'n vertrek één grote happening. Met een gele trui, een plaquette en een oorkonde. Hartverwarmend.
Reacties
Reacties
Best dominee,
wat een verrassing om toch nog een verhaal van u te mogen lezen. ws nu echt de laatste. Onze Sam heeft aan iedereen die ze tegen kwam verteld dat dominee brunt terug is uit Roemenie, ze snapte alleen niet zo goed dat u alle dagen ging fietsen behalve de "zon"dagen. Waarom dan wel met de regen "mama" heeft de dominee dan een dakje boven zijn hoofd om niet nat te worden???
Wat een logica he! heel fijn dat u weer thuis bent u kunt terug kijken op een mega prestatie (wie doet dan nou na?) We gaan op zeker uw verhalen missen!
Dominee, het schijnt een eigenschap van bepaalde fietsers te zijn om nooit terug te gaan als je op een verkeerde weg lijkt te zitten. U bevestigt toch maar weer even mooi dat het een goede eigenschap is: je komt uiteindelijk toch wel weer op de goede weg uit en hebt tegelijk weer wat mooie verhalen voor het thuisfront.
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}