Met 1600 mannen in de natuur, op een houtje bijten en op zoek naar het juiste tangetje.
Eerste Pinksterdag
Vanmorgen om 09.30 vertrokken, want omdat ik toch niet kon blijven besloot ik dan maar om op het gemak te gaan fietsen en te genieten van alles om me heen. 't Was een mooie dag de zon scheen. En onder het fietsen had ik m'n oortjes in en zong ik met een CD van de mannenzang het hoogste lied. En zo voelde ik me heel nauw verbonden met het thuisfront. Ik was van plan tot een uur of twee te fietsen, een hotel op te zoeken met internet, m'n verhaaltje te schrijven en een kerk met een avonddienst op te zoeken. Maar ... het liep iets anders. Ik kreeg onverwacht een rondje Oostenrijk aangeboden. Maar dat straks.
Waar fiets je nu zoal langs op zo'n dag. Vanuit Melk ben ik langs de zuidoever gereden. Vanaf deze kant zie je aan de overkant de terrassen van de wijnboeren die het land zo kenmerken. Hier komen de beroemde witte Riesling wijnen vandaan. Vervolgens passer je dan een aantal dorpjes zoals Schönbühel, Aggsbag Dorf en Aggstein. Vervolgens fiets je door een prachtig gebied vol wijngaarden, maar ook met andere soorten fruit. Werkelijk een genot om door te fietsen. Weer iets verder rijd je dan over de dijk langs de Donau, met schitterende vergezichten over de rivier en de andere oever.
En links en rechts van het fietspad lijkt het wel of de Schepper bewust met bloemen aan het ‘morsen' is geweest. Het wonderlijke is dat je daar op zo'n dag door getroffen wordt, terwijl je er thuis meestal onopgemerkt aan voorbijgaat.
En terwijl ik zo met deze overdadige bloemenpracht bezig was door regelmatig af te stappen en foto's te nemen, zongen die 1600 mannen in de Nieuwe Kerk van Katwijk dat wonderlijk mooie Opwekkingslied 407:
O Heer mijn God, wanneer ik in verwondering
de wereld zie die U hebt voortgebracht
het sterrenlicht (en op deze dag ook een heerlijk zonnelicht) en in de verte het rollen van de donder
heel dit heelal dat vol is van Uw pracht.
En dan zingt het vanzelf in je ziel mee:
Dan zingt mijn ziel tot U o Heer mijn God
Hoe groot zijt Gij, hoe groot zijt Gij.
En dat zingen vanuit je ziel wordt alleen maar overtuigender ...
als je tot je verwondering mag ontdekken
dat Hij ook voor jou aan het kruis gegaan is al een Lam.
Dat Hij daar ook mijn schuld weg wilde dragen
En ook al mijn zonden op Zich nam.
En wat zál het heerlijk zijn als Christus in majesteit en luister terug komt,
en heel de schepping van weer getuigd van Gods heerlijkheid.
Maranatha!!
Ja zo kan een mens onder de indruk raken van het ‘onkruid' in de berm.
Van een lis of lelie aan de waterkant.
En daarbij kwam ineens dat wonderschone lied bij me boven: ‘zie de leliën op 't veld, ziet hoe schoon zij bloeien.
Ik denk dat de meesten van de ouderen dat lied nog wel kennen.
Een lied dat in feite een berijming is van de woorden van Jezus in Mattheus 6, waar Jezus in vers 28 zegt: ‘Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet; en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn luister niet gekleed ging als één van deze. Als God nu het gras het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, (of zoals ik het eerder zag afgemaaid wordt) zo bekleed, zal Hij u niet veel meer kleden kleingelovigen?'
En daarom moeten we ons niet zo bezorgd maken, voor de dag van morgen.
En toch ... heb ik me op deze zelfde dag best nog wel even bezorgd gevoeld.
op een houtje bijten en op zoek naar het juiste tangetje.
En die bezorgdheid had alles met dit opschrift te maken.
Ik was na deze heerlijke fietstocht lekker vroeg in het dorpje Pischelsdorf aangekomen. Dan had ik lekker de tijd om even aan m'n dagboek te werken en ... een kerk op te zoeken.
Om een uur of vijf vroeg ik of het mogelijk was om nog iets te eten. En dat kon.
Ik bestelde hetzelfde gerecht als ik bij de hotelbaas op z'n bord zag liggen. Die man zag er gezond en weldoorvoed uit dus dat moest goed zijn. Na een hernieuwde Babylonische spraakverwarring kreeg ik toch duidelijk gemaakt dat ik zo'n soort rollade wilde hebben. En zowaar ... binnen korte tijd stond er een heerlijk geurend gerecht voor m'n neus. Een rollade die zich wentelde in een donkerbruine saus.
Nog onder de indruk van de belevenissen van de dag en een telefoongesprekje met m'n vrouw en zoon Robert snijd ik het eerste stukje aan. Dompel het onder in saus, leg het voorzichtig op m'n tong, onderga een verrukkelijk moment, zuig het naar binnen (zo mals) en krijg vervolgens het gevoel dat een alligator moet hebben als hij een stok in z'n bek geplaatst krijgt zodat hij niet meer kan bijten.
Wat bleek? In die rollade zat een lange houten saté prikker verborgen (althans voor mij verborgen).
Omdat mijn mes zo scherp was heb ik er niets van gemerkt en slikte een stukje van die prikker in. En die bleef ergens hangen. Van alles geprobeerd, maar nee hoor ... geen beweging in te krijgen.
Ten einde raad en uit bezorgdheid toch maar naar het ziekenhuis. Geen probleem, want Helmuth bracht me wel even naar Tulln. Daar aangekomen leken de gevolgen van Babel een desastreuze uitwerking te krijgen, want mijn Oostenrijks en hun Engels was te beperkt om duidelijk te maken dat ik een stukje van een saté prikker had ingeslikt. Maar gelukkig was Helmuth bij de hand om uit te leggen wat er was gebeurd. Toen werd er een röntgenfoto gemaakt, maar daar kunnen ze een stukje hout niet op waarnemen. En in dat ziekenhuis was geen ‘kopfspecialist' (zei Helmuth) aanwezig met het juist tangetje om bij dat stukje van die prikker te kunnen komen.
Maar er werd ijverig gezocht om een ziekenhuis met zo'n tangetje te kunnen vinden. Dat werd uiteindelijk in Sankt Pauli zo'n 40 km. verder. Voor het vervoer hebben we een deal gesloten. Ik werd met een rode kruis wagen weggebracht en Helmuth zou me dan (als alles opgelost was) wel weer ophalen. In dat ziekenhuis met het juiste tangetje werd ik vervolgens in twee uur tijd zwaarder beproefd dan in de voorgaande twee weken bij elkaar. Ik werd ontvangen door een verpleegster die eruit zag als Kenau Simon's zoon dochter Hasselaar. Die zette me in een stoel, zoals je wel eens in zo'n martelkamer in een film ziet. Stelde me op haar manier gerust, maar dat maakte me nog bezorgder en vervolgens kwam de arts. En jonge vrouw met een fijn een teergevoelig uiterlijk. Maar schijn bedriegt, want samen bleken die twee een uiterst effectief team om een man het angstzweet te kunnen bezorgen. Om te beginnen keek de arts met een soort telescoop naar binnen en in plaats van aaaaa .... moest ik ontelbare keren hiiiiiii ..... hinniken. Volgens mijn besef bracht ik er niet veel anders dan wat hiiaaaa gebalk uit, maar blijkbaar was het voldoende want de engel van een arts zag zowaar het stukje zitten. Ik vraag heel onschuldig, dan kunt u dat er hopelijk met een tangetje wel uithalen? Als ik het goede tangetje kan vinden ga ik het wel proberen, maakte zij me duidelijk. Na een tijdje zoeken had zij het tangetje blijkbaar gevonden. En toen begon de beproeving. Ik moest m'n mond opendoen en m'n tong uitsteken. De Kenau deed heel geniepig een servet om m'n tong en begon uit alle macht te trekken. Ondertussen had de arts een lamp achter in m'n keel gezet en ging vervolgens met een monsterlijk grote tang naar binnen. Ik zal u de verdere details van deze martelgang besparen, maar uiteindelijk liet zij met triomfantelijk een stukje van vier centimeter lang zien. En toen lieten beide vrouwen me een dieper meeleven merken, dan ik ooit verwacht had. Ik kreeg een half uur rust en toen moest ik nog één keer dat gesjor aan m'n tong ondergaan en hiiiiiiii...... hinniken om te kijken of zij alles wel hadden. En toen kon ik Helmuth bellen om me weer op te halen. En weer werd de werkelijkheid van de eerste verzen van Psalm 121 waar. Daar waar de psalmist óók belijdt dat de Here je bewaard voor alle kwaad. En dankzij zo'n ervaring, maar vooral dankzij Jezus Christus wordt ook dat laatste vers van die Psalm steeds meer m'n geestelijk eigendom.
Dat was zondag 31 mei.
Ik kan hier gelukkig wat relativerend over schrijven, vooral als ik vandaag van m'n vrouw over de zieken in de gemeente hoor. Ik wens u allen, maar vooral de zieken toe dat u zich gedragen en bewaard mag weten door onze goede God.
Een barre zaterdag
Babel, Jericho en m'n ouders.
Bij het wakker worden kletterde de regen op de ramen. Dus niks geen 'zachtjes tikt de regen tegen het zolderraam', zoals Rob de Nijs ooit zong, maar een echte plensbui.
Toen het om 08.30 uur droog was ben ik toch uit Linz vertrokken met als voorlopige bestemming en volgens planning Ybbs a/d Donau. Het was natuurlijk niet zo handig om weg te gaan, met het oog op de weersvoorspelling, maar Mari Koppert heeft me, met zijn romantische bespiegelingen over Wenen, alle voorzichtigheid doen vergeten. En dus ... gaan met die banaan. Dat viel me trouwens mee van het hotel, m'n fiets moest dan wel de hele nacht in de regen staan, maar op m'n bescheiden vraag of ik soms een banaan voor onderweg mee mocht nemen, kwam de receptioniste met de meest gulle glimlach die je je voor kan stellen, zomaar twee bananen brengen. Wat dat betreft leert zo'n reis je ook wel weer een nieuwe vorm van dankbaarheid.
Nu zal ik ongeveer een kilometer onderweg geweest zijn, toen m'n hart opsprong van blijdschap. Niet omdat ik een bordje met Jeruzalem zag, maar omdat ik een bordje zag met daarop: Donau route naar Wenen, 229 kilometer. En dan ga je toch rekenen, maar weer een kilometer verder, bracht de barre werkelijkheid van deze dag, me gelijk weer terug van de onzin van deze veronderstelling. Een echte Hollandse plensbui, maar dan één die niet meer ophield.
En met het idee van, 'ik zal me niet laten kisten' ben ik manmoedig als een hopman in korte broek, verder gegaan. Met de hoop dat het zo wel weer droog zou worden. Maar dat werd het pas veel later, toen ik al een uur op m'n uiteindelijke bestemming in Melk aangekomen was.
Het probleem met die regen is, dat je uiteindelijk van je kruin tot je tenen nat wordt en door moet blijven fietsen om niet helemaal te verstijven van de kou, want de temperatuur was ongeveer 12 graden. Maar er was toch ook een lichtpuntje, m'n tassen (gesponsord door Piet Verboom en Arjan Luijten) bleken echt waterdicht.
Babel en Jericho en m'n ouders
Een bijkomend probleem van die regen, is dat je wat minder oplettend wordt op de bordjes. Het is soms toch al een hele puzzel om uit een veelheid van bordjes precies het bordje te kiezen dat jouw richting aangeeft. Ik heb een foto van zo'n situatie genomen, waaruit je kan zien dat er meer dan de twee mogelijkheden van de 'smalle en de brede weg' kunnen zijn. Als u de foto met die bordjes vergroot dan moet ik dat bordje volgen met Radweg 1. (R1) Maar dan staat er ook dat vermaledijde bordje in die richting met het opschrift 'Bankette nicht befahrbar'. En dan laat mijn kennis van het Oostenrijks me lelijk in de steek. 'Nicht befahrbar', daar kan ik nog wel iets bij bedenken. Maar of ze nu met die 'bankette' bedoelen dat de banketbakker niet bereikbaar is ... ? Wie het weet mag het zeggen, maar dat is dan wel te laat, want ik raakte verderop het spoor mooi bijster.
Maar ... mijn moeder zei altijd, je hebt een Hollandse mond en daarmee kun je altijd vragen. Maar dat is dan net het probleem, die Hollandse mond. Want in Oostenrijk kom je daar niet zo ver mee. En dat is nog steeds het gevolg van die jongens uit Babel, u weet wel, die van die toren. Als die zich van tevoren gerealiseerd hadden waar ze mij mee opzadelden, dan waren ze nooit aan die toren begonnen. Toen ik tenslotte het gevoel kreeg dat ik al zeven keer hetzelfde rondje gereden had, vielen er geen muren om, maar viel het kwartje doordat een Oostenrijker met een wijds gebaar een andere bocht aanwees. En daarbij herhaalde hij steeds maar zoiets als: 'immer gerade aus'. En dat bracht mij een uitspraak van m'n vader te binnen. Die is in zijn leven één of twee keer in Duitsland, in Monschau, geweest en dat had hij onthouden. Als we later wel eens een eind gingen rijden en de weg niet precies wisten had hij nogal eens de gevleugelde uitspraak: 'immer gerade aus'. Daarmee bedoelde hij dan, je komt altijd wel ergens. Maar ik wilde niet ergens komen, maar gewoon in de richting van Wenen. Misschien is de gedachte aan m'n vader ook wel één van de redenen om het vol te houden. Want die man fietste op een gewone fiets in één weekend heen en weer naar z'n zuster in Boil (Drenthe). Zonder zeem in z'n broek, met twee onderbroeken aan en gaan! Maar dat even terzijde.
Uiteindelijk heb ik toch de Donau weer gevonden en dan is het alleen nog maar opletten dat je stroomafwaarts gaat.
De eerste 60 kilometer waren wel nat, maar ik had de wind nog van opzij en soms zelfs van achter. Maar de laatste 60 kilometer kreeg ik de wind schuin van voren of pal tegen. En dan is het gewoon malen op een zo groot mogelijke plaat geblazen, of zoals Tibboel al schreef, eerst de linkertrapper en dan gewoon de rechter naar beneden duwen. En dat natuurlijks steeds afwisselend. Dat had tot gevolg dat ik vroegachtig in Ybbs aankwam (m'n oorspronkelijke bestemming). Nu voelde ik met op dat moment nog goed, geen zadelpijn of kramp en dus ... toen ik het bordje -Melk 30 kilometer- zag besloot ik verder te gaan. Als me dat lukt, kan ik maandag al in Wenen komen. Nou ... dat heb ik geweten, nog geen paar kilometer verder kwam het met bakken uit de hemel en kreeg ik een behoorlijke wind ‘op kop'. Pal tegen dus. En dan begint het, eerst voel je je voeten in je mooie fietsschoenen nat worden, je witte fietssokken beginnen zwart te worden en langzaam aan verstijven je vingers en je tenen. Toen ik tenslotte in Melk aankwam, moet ik echt op een verzopen kat geleken hebben. Ik ben het eerste het beste hotel in gevlucht (want dan verlies je ook gelijk alle financiële voorzichtigheid) en gelukkig was er nog één kamer over, maar voor de volgende nacht was hij bezet. Nou dat zien we dan de volgende dag wel weer. Ik werd beheerst door maar één gedachte, een hete douche. De hotelbaas was supervriendelijk, hij heeft m'n kleren en schoenen ergens te drogen gehangen, m'n fiets weggezet, m'n tassen helpen dragen, het kinbandje van m'n helm losgemaakt, zich discreet teruggetrokken en ik onder de douche.
Dat was het wel weer voor vandaag.
U zult begrijpen dat ik onderweg niet zoveel foto's genomen heb, ik kan ook geen idyllische beschrijving van de omgeving geven, want geloof me, daar zie je niet zo veel van. Ongezellig nat en je komt zelden iemand tegen.
Tenslotte
Ik hoop vuriger dan ooit dat de Geest van Pinksteren in al zijn volheid het voor elkaar krijgt dat wij elkaar binnen en buiten de gemeente letterlijk en figuurlijk gesproken weer leren verstaan. Dat alle taalkundige en geestelijke barrières weggenomen zullen worden en dat voor ons allemaal dit geloof de zekerheid mag worden, zoals je dat hier in Oostenrijk vaak boven zo'n Christusbeeld langs de kant van de weg ziet: I N R I
Als Hij uw en mijn Koning mag zijn dan zal de vrede en de heelheid, waar we nu alleen nog van dromen en die zo vaak bij je handen afbreekt, werkelijkheid worden.
Stel je voor dat dat gebeurt, dan kon het wel eens gebeuren dat mijn (levens)reis en dus ook m'n fietstocht hier zomaar afgelopen is.
MARANATA ... ... Kom, Here Jezus, ja kom haastig!
AMEN
Ps Voor het geval u dat laatste als een kreet beschouwd om het maar op te geven ... ... nee dus.
gezegend pinksteren
Van Passau na Linz met een toevallige ontmoeting
Van Passau naar Linz.
Vandaag ben ik zo vroeg mogelijk vertrokken, want ik heb deze nacht in een jeugdherberg geslapen, waar ook een paar klassen met schoolkinderen verbleven. Ik ga de kinderen van de Burcht nog meer waarderen, want die kunnen tenminste stil zijn. En het is ook dank zij jullie enthousiasme en het prachtige lied dat ik al zover gekomen ben. Vandaag en ook de komende dagen fiets ik langs de Donau. Het is weer een stuk kouder dan gisteren. Het is dan ook niet droog gebleven. Ik heb voor het eerst m'n regenpak aan moeten doen. Daarom niet zoveel foto's, want met die regen is alles toch veel somberder.
De eerste 15 km. liep het fietspad langs een niet zo drukke verkeersweg. Aan weerzijde van de Donau rijzen de prachtig beboste hellingen omhoog. Een schitterend gezicht al die verschillende kleuren groen. Na het plaatsje Obernzell werd het rustiger door het vrijliggende fietspad. Hierna kwam de Jochenstein waterkrachtcentrale in zicht. Beslist een kijkje waard. En vervolgens kwam na 24 km. de grens met Oostenrijk in zicht. Maar er was niemand om naar m'n paspoort te vragen. In het plaatsje Niederanna ben ik gestopt bij scheepsbouwbedrijf. Hier bouwen ze de zogenaamde Donau-aken. Ranke bootjes met een platte bodem. Als het goed is ziet u er iets van op een foto. Na 39 km. kwam ik bij het plaatsje Schlögen. Daar moest ik overvaren omdat het fietspad aan de overkant verder ging.
Een toevallige ontmoeting
Na een kilometer of 50 besloot ik m'n boterhammetjes, die ik onderweg gekocht had, op te eten. Van een aantal wereldfietsers heb ik geleerd dat een broodje banaan een heel goed voeding geeft. Daarnaast vraag ik in het hotel meestal om m'n thermosflesje te vullen met heet water zodat ik een hartige soep kan maken.
Zit ik daar in alle rust te genieten, stoppen er ineen zes fietsers bij me. Kom jij soms uit Schagen, was hun vraag. Nee ... ik kom uit Valkenburg. Zij kwamen uit Anna-Paulowna en zaten duidelijk om een praatje verlegen. Zij waren ook langs de Donau aan het fietsen. Per dag fietsten ze 40 a 50 kilometer. En dan werd hun bagage naar het volgende hotel gebracht. Ook zij waren onderweg naar Linz, maar de laatste 20 kilometer gingen ze met de trein verder. Toen ik ze vertelde dat ik wel eens in het witte kerkje van Wieringerwaard (vlak bij Anna-Paulowna) gepreekt had, vielen ze even stil. Ben jij dan soms dominee? Ja ... is dat zo bijzonder dan? Nee, maar een dominee die zo ver gaat fietsen, dat is weer eens wat anders. Toen ik hen vertelde waarom ik deze tocht maakte en wat m'n innerlijke drive was, kon één van hen het niet nalaten om te zeggen dat hij dat nou echt niet had. Nou ja ... kon ik alleen maar concluderen, dan is er voor mij tenminste nog werk genoeg aan de winkel. Zou je denken dat je dat redt, vroeg hij? Ja ik heb goede hoop voor je.
Het was een gesprek met leuke mensen en met de nodige humor en je weet maar nooit.
Een half uur laten begon de lucht dicht te trekken en ja hoor, daar vielen de eerste druppels. En het bleef regenen tot 10 kilometer voor Linz.
Dat was bij het plaatsje Ottensheim, waar ik met een gierpont naar de overkant ging.
In Linz aangekomen viel het niet mee een hotel te vinden. Uiteindelijk werd in het derde hotel gastvrij onthaald. Mijn fiets mocht aanvankelijk in de gang staan, maar daar was een hoger iemand het later weer niet mee eens (ja zo gaat dat) en dus moest m'n verder de gang in, door een hal en staat nu voor het eerst buiten. Maar goed nat geworden was hij toch al.
Onder ee n donkere hemel naar Passau
28 mei
Van Regensburg naar Passau
Zo'n dag als vandaag kun je het beste maar zo snel mogelijk vergeten. Het is in vergelijking met een week terug gewoon guur en koud weer. Ongezellig, de terrasjes zijn allemaal leeg. En onderweg kom je nog steeds de narigheid van de storm tegen. Daarom leek het me maar het beste om zo lang mogelijk door te fietsen, zodat ik bij mooier weer wat meer tijd heb om iets te gaan bezichtigen. ‘De lucht hangt erg laag' om met Marsman te spreken. Er valt nog net geen regen uit, maar het lijkt wel of m'n kettinkje uit Taize de regen bij me vandaan houdt. In Passau heb ik een paar spetters gekregen. Het eerste hotel wat m'n routeboekje aangaf was een jeugdhotel. En omdat ik tenslotte niet voor niets lid ben geworden, ging ik daar naar toe. Maar ... ik had het kunnen weten. Het was gevestigd in een oude vesting: 'Veste Oberhaus'. En die dingen bouwden ze bij voorkeur op een berg om het eventuele aanvallers extra moeilijk te maken. Natuurlijk hebben ze zich toen niet gerealiseerd, dat het honderden jaren later ook een handicap voor fietsers zou zijn. Maar goed, ik ben naar boven gelopen, in etappes weliswaar, want je wilt toch ook een beetje fris ogend en als een jong hert boven komen. En toch, ondanks die rustpauze's keek de receptioniste me aan alsof ik geleek op ‘het hijgend hert der jacht ontkomen'. Maar goed ik heb een kamer voor vier personen voor de helft van de prijs van gisteren en met een warme hap erbij.
Omdat ik niet zo veel over de reis kan vertellen, maak ik maar van de gelegenheid gebruik om wat zorgen van medereizigers weg te nemen. Henk Imthorn vroeg zich wat angstig af of ik door al die inspanning niet teveel af zal vallen. Nou ik kan je gerust stellen dat valt best mee en vergeet niet het is een goedkopere manier dan Sonja. En een bijkomend voordeel is dat ik nu broeken aan kan die ik in geen jaren meer kon dragen. Ene CW die blijkens haar taalgebruik uit Katwijk komt vroeg hoe het met m'n kont ging. (volgens mij is dat puur Katwijks) Nou ... met m'n zitvlak gaat het goed. Ik heb alleen het gevoel dat ik een blikken (......) heb. Een opvallend detail wil ik nog vermelden. Langs de weg zag ik meerdere keren een beeld van de gekruisigde Christus staan. Er boven stonden de letters INRI en er onder stond dat Jezus Christus, Gods Zoon gestorven is om ons te redden. Ik vind dat heel bijzonder, om het Evangelie in woord en beeld langs de weg tegen te komen. Een volgende keer hoop ik er een foto van te maken, maar m'n batterijen waren weer eens op. Gelukkig verkopen ze hier ook van die dingen zodat ik niet helemaal om het hand zat. Hier laat ik het vandaag maar bij, want ik ga vroeg naar bed.
Ik ging vandaag wat later van huis en was om 16.30 op m'n bestemming.
Ik heb bewust ook iets minder gereden dan gisteren namelijk 145 kilometer.
Morgen hoop ik er een makkelijker dag van te maken.
Dag 10 Gunzenhausen-Regensburg
Woensdag 27 mei.
Vanmorgen om 07.30 uur vertrokken. Het was gelukkig droog. In de afgelopen nacht heeft het ook hier behoorlijk gespookt. Het was wel een stuk kouder, zodat ik met m'n windjack aan vertrok. Volgens m'n routeboekje moest ik door het Altmuhldal. Maar omdat de fietspaden daar onverhard zijn, besloot ik om het eerste stuk maar weer over de B13 te rijden, ook al omdat deze weg evenwijdig aan de route door het Altmuhldal loopt. Halverwege kon ik dan eventueel een kortere route nemen. Dat zou dan 40 kilometer korter zijn. Maar ... dan kwam ik via een aantal korte en venijnige klimmetjes (met een steilste percentage van 18%!) op het hoogste punt van de omgeving terecht. Het leek me handiger om gezien de leeftijd van m'n knietjes de langere route te nemen. Uiteindelijk ben ik bij het stadje Eichstätt langs de Altmuhl gaan fietsen. Langs de B13 tot Eichstätt was al mooi, weliswaar weer met die vermaledijde klimmetjes, maar het geeft ook wel een kick als je met een snelheid van max. 53 km/h naar beneden suist. Ik begrijp nu ook waarom de wielrenners, bij het afdalen, een jasje aandoen of een krant onder hun shirt. Want in de vroege morgenuren was het tijdens zo'n afdaling zó berekoud, dat ik twee dode vingers kreeg en misschien nog een centimeter overhad. Maar een groot voordeel was dat ik een stevige wind in de rug had en ... de hele dag hield. Het Altmuhldal is werkelijk fantastisch mooi om doorheen te fietsen. Misschien een idee voor ons jaarlijkse fietsuitje met onze Woubrugse vrienden. Ik heb weinig of geen foto's van dat gedeelte want m'n batterijen waren op. Toen ik in het plaatsje Kinding aankwam was het allemaal zo voorspoedig gegaan, dat ik begon te rekenen of ik deze etappe die volgens het routeboekje 203 km. was, niet in één, in plaats van in twee dagen kon doen. Zeker omdat ik toch wat korter gereden had. Bij Dietfurt waar ik zou overnachten heb ik de knoop doorgehakt en besloten door te rijden. Het was daar wel even zoeken met al dat water, want hier komt het Main-Donau kanaal in de Altmuhl uit. Bij het plaatsje Meihern heb ik een foto van een prachtige houten hangbrug genomen. Het was op veel plaatsen langs het fietspad een chaos van omgewaaide bomen en afgebroken takken. Bij Kelheim komt het Main-Donau kanaal uit in de Donau. Het is een bijzonder gezicht als je het bruin-zwarte water van de Donau zich ziet vermengen met het helderder water van het Main-Donau-kanaal. Het water uit de Donau stroomt namelijk veel sneller en dan zie je een tijdlang als het ware een scheiding tussen de twee verschillend gekleurde stromen. Werkelijk een bijzonder gezicht. Na Kelheim is het dan nog zo'n 30 km. langs de Donau. En prachtig gravelfietspad. Als dat zo blijft, dan wordt het in de komende dagen tot Wenen nog genieten.
Tenslotte voor de statistici:
Ik had om 16.30 uur een pension in Regensburg gevonden.
De afstand vandaag was 180 km.
Het eerste boekje van de LIMES fietsroute (van Valkenburg naar Regensburg) is afgelegd. Totale afstand 1059 kilometer.
Van Eibelstadt naar Gunzenhausen
U krijgt dit stukje van dinsdag een dag later, want ik kon zoals ik al vermoede niet op internet. Ik heb het in de tt laten staan.
Dinsdag 26 mei
Vanmorgen om 08.15 uur bij de firma van der Meij in Eibelstadt vertrokken. Alle complimenten voor Jack en Erik die er alles aan gedaan hebben om het me zo aangenaam mogelijk te maken. 's Avonds hebben we heerlijke asperges gegeten, waar de aspergehof in Woubrugge niet aan kan tippen. Zij maakten me intussen ook duidelijk dat ik door het Spessart ‘gebergte'!! was gereden. Geen wonder dus dat het zo zwaar was. Vandaag zou het volgens de kenners van de streek, waaronder Jack en Erik en een werkneemster die het stuk vroeger zelf ook gefietst had een ‘eitje' worden. Bijna nog vlakker dan in Nederland. Nou was ik op een site van wereldfietsers er al voor gewaarschuwd om niet altijd op de aanwijzingen van de plaatselijke bewoners te vertrouwen. Maar dat betrof dan vooral mensen op het platteland van Roemenië. Maar sinds vandaag heb ik meer twijfels. Ook ten aanzien van Hollanders die al jaren in Duitsland werken. Want ik kwam me toch weer een paar ‘colletjes' tegen. De foto's wijzen het wel uit. Het was intussen een mooi gebied om doorheen en overheen te fietsen. Een prachtig glooiend landschap. Ik ben over de B13 gereden. Je kunt zo'n weg vergelijken met de N 207. Alleen, in Duitsland mag je op zo'n weg ook fietsen, als er geen fietspad naast ligt. En ik schat dat van deze 100 km. lange weg zo'n 20 km. voorzien is van een naastliggend fietspad. Het mooiste stuk was nog wel dat onverharde pad door een bos, zoals ik ook op een foto laat zien. Voor het overige heb ik deze keer niet zoveel te vertellen, want al dat geklim tegen meer of minder steile hellingen op en al die stukken met een verraderlijk vals plat, vergen een uiterste inspanning waarbij het vooral aan je knieën merkbaar is dat je niet in Holland aan het fietsen bent. Dat zal toch wel een weekje vergen voor je daar weer wat aan gewend bent. Maar ik zal nooit zo'n klimmer worden dat ze me zullen gaan vergelijken met de ‘adelaar van Toledo.'
Als ik het traject van morgen bekijk zullen zeker de eerste 20 km. pittig worden. Volgens m'n routeboekje komen er twee hellingen in voor van 7-8%.
Waar ik vandaag wel geluk mee had is met het weer. Ook in Duitsland was hier en daar heel wat regen gevallen. Maar ik heb misschien 20 druppels gehad. De lucht was wel dreigend donker, maar de meeste buiten trokken achter me langs. Misschien toch dat kettinkje van collega Schuddebeurs?
Ik kwam vanmiddag om 14.15 uur op m'n bestemming aan in een hotel in Frickenfelden net buiten Gunzenhuizen. Wat drinken en fruit gehaald voor vanavond en morgen en even heerlijk in slaap gevallen. Het is nu 18.30 uur en het wordt donker en dreigend, het gaat harder waaien, het rommelt in de verte, dus ik vermoed dat we het niet droog houden.
Ik hoop dat ik het red om het stukje te plaatsen, maar het ziet er met het oog op een internetaansluiting nog niet erg hoopvol uit.
Zwarte sneeuw
Misschien een wat cryptische omschrijving, maar het heeft alles te maken met de etappe van vandaag. Marius van der Meij had me uitgenodigd om te overnachten bij zijn verkoophal in Eibelstadt. Hij voegde er wel aan toe dat ik dan een enkel bergje tegen zou komen. Maar ik schat in dat ik de Tourmalet vier keer heb beklommen. Ik heb nooit kunnen volgen dat je bij de coureurs tijdens de Tour de France in een bergetappe, als het bergop gaat,soms een toeschouwernaast de coureursmee ziet hollen. Maar nu begrijp ik het. Er waren stukken bij dat ik heb overwogen mijn tassen eerst naar boven te dragen en dan mijn fiets op te halen. Maar dat kwam mijn eer te na. Ik wilde koste wat kost de top bereiken. Veel drinken en de ene na de andere banaan, schuim op de mond en af en toe een waas voor de ogen, zodat het lijkt of je zwarte sneeuw ziet. Het frustrerende is vervolgens dat je een uur bezig bent om de top te halen en vervolgens in vijf minuten weer beneden bent en dan ... doemt er weer zo n vermaledijde berg op. UIteindelijk heb ik gewoon even naar huis gebeld, om te vertellen hoe warm het was en hoe ver (omHildebrand uit de Camera Obscura even aan het woord te laten) maar ook hoe hoog het was. En de troostvolle en bemoedigende woorden van mijn vrouw hielpen me er weer helemaal bovenop (nou ja helemaal, ik moest natuurlijk wel verder fietsen ... ) Tijdens de voorbereiding en ook in de eerste week zat ik een beetje over al die toezeggingen en giften in. Is dat allemaal niet teveel van het goede?Maar na vandaag zit ik daar geen moment meer over in.
U zult vandaag dan ook weinig foto°s te zien krijgen. Wel een foto van de bloemenhal van de firma van der Meij, anders geloven jullie misschien dat ik hier werkelijk geweest ben.
Ik ben daar trouwens hartelijk ontvangen. Mijn kleren zitten in de was en mijn bed staat al klaar, straks gaan we lekker eten ... wat wil een mens nog meer.