Szigethalom-Rackeve
Zondagmorgen 7 juni
En toen was het avond geweest en morgen geweest de zesde dag.
Feesten kunne ze daar wel. Want hoewel ik af en toe wegzakte, lukte het de muzikant en de feestgangers me af en toe wakker te maken. Maar om half drie was het afgelopen en kon ik doorslapen. Ik had me al voorgenomen om de andere dag in Rackeve, zo'n 25 kilometer verder, een ander hotel op te zoeken. Maar ik moest hier eerst nog weg zien te komen. Ik was al bang dat B&B voor hen een onbekend begrip was. Omdat ik toch niet zover wilde fietsen, heb ik tot negen uur gewacht en ben toen eens gaan kijken of de tafel met het ontbijt soms al gedekt stond. Maar er was nog niemand te vinden, laat staan dat er een tafel gedekt stond. Om half tien kwam er dan toch iemand aan en vroeg of ik soms koffie wilde. Nou ja ... zo'n vriendelijk verzoek kon ik toch niet weigeren. Ik vroeg hem met m'n duim en wijsvinger of ik ook betalen kon. Hij keek zeer bedenkelijk en pakte z'n mobiel, vermoedelijk om z'n baas te bellen. En ik had zo'n donkerbruin vermoeden dat die nog met een kater op bed lag. Blijkens het aantal vingers dat hij opstak kon z'n baas er over vijf minuten zijn. Intussen was er ook een serveerster aangekomen en bij haar kon ik zowaar een ontbijt bestellen. 't Was nu niet direct m'n favoriete ontbijt, maar goed honger maakt rauwe bonen zoet. Een half uur later (ze rekenen hier erg ruim in tijd) zag ik de baas buiten een krant lezen. Ik naar hem toe en het internationale betalingssymbool (duim en wijsvinger) laten zien, maakt hij me tot m'n verbazing duidelijk dat ik bij de serveerster moest zijn, terwijl ik nota bene met hem een afspraak gemaakt had over de prijs, met de verzekering dat ik in Euro's kon betalen. Maar goed, de serveerster aan het rekenen op een papiertje. En ja hoor, na eindeloos gesteun en gezucht kwam zij tot een bedrag van 9600 forinten. Ik kon haar duidelijk maken dat ik in Euro's wilde betalen. En toen was de wanhoop in haar ogen te lezen. Ik begreep dat zij aan iedereen die aanwezig was vroeg hoe dat nu in vredesnaam moest, maar niemand kon haar op weg helpen. De baas erbij geroepen, maar die wist het ook niet. Toen heb ik maar een papiertje gevraagd en daarop een omrekening voor gedaan. Ik heb het bewust maar wat ruim genomen (de soep was tenslotte wel erg lekker) en ze gingen ermee akkoord. Vooral toen ik ook nog voorstelde om het geld terug in Forinten uit te betalen. En nadat ik uitgerekend had hoeveel Forinten ik dan terug moest krijgen was de zaak beklonken. En zo stapte ik ietsje later dan voorzien op m'n fiets. Tijd en haast krijgen hier een heel andere invulling dan bij ons.
Uiteindelijk ben ik volgens plan 25 kilometer verder in Ráckeve in een hotel terecht gekomen. En een grotere tegenstelling met het ‘hotel' van de vorige nacht is niet denkbaar. Het is namelijk een paleis. Ik zal het even uitleggen. Even iets over de naam Ráckeve: Rackeve is een oud stadje. In 1400 wordt het al genoemd, maar dan als Keve. Die naam veranderde toen hier groepen Serviërs kwamen wonen, die op de vlucht waren voor de Turkse bezetters. In het Hongaars worden de Serviërs ‘Rác' genoemd. Vandaar de naam Ráckeve.
Aan de Donauoever staat het paleis van Savoy, met een indrukwekkende koepel. Prins Eugen van Savoy heeft het laten bouwen. Het was voor hem een beloning van de keizer Lipót. Want in dienst van deze keizer behaalde hij in de slag bij Zentaq (1697) een groet overwinning op de Turken. Hierdoor kwam een einde aan 150 jaar overheersing. Als dank mocht hij dit paleis laten bouwen. Het is nu in gebruik als hotel en conferentie centrum.
Toen ik hier aankwam was het heerlijk weer, het zonnetje liet zich van z'n beste kant zien. In de tuin waren de obers bezig om een heerlijke barbecue klaar te maken en tweeviolisten zorgden voor een muzikale omlijsting. Dat is voor de gasten zei de man van de receptie. Maar toen ik een uurtje later naar buiten kwam om alles eens rustig te bekijken, stroomde het water met bakken naar beneden. En de obers renden heen en weer om te redden wat er te redden viel. Deviolisten hadden hun lier aan de wilgen gehangen. Jammer, maar het is niet anders. Zo gauw het weer wat opklaart ga ik proberen een paar foto's te maken, zodat u iets van m'n paleis kunt zien. En als het goed is er ergens een ruimte waar ik weer met internet aan de slag kan. Morgen hoop ik m'n reis te vervolgen. Door de Pusta naar Szabadszállás om dan dinsdag in Kistalek aan te komen.
Esztergom-Szigethalom
Zaterdag 6 juni
Vanmorgen niet al te vroeg vertrokken want Budapest is nog maar een kilometer of 70 ver.
Maar je hebt wel eens van die dagen dat het allemaal niet zo gaat als jij het wilt. En vandaag had ik zo'n dag. Het fietsen ging niet zo lekker, de wind was tegen, de weg slecht of opgebroken en ik was de weg een paar keer kwijt. Het is natuurlijk altijd makkelijk, want je zoekt gewoon de Donau weer op, maar vrolijk word je er niet van.
In het hotel voelde ik me overigens een slanke den, want er was ook een delegatie van zware jongens uit Roemenie die hier voor één of ander kampioenschap van de ‘sterkste man' waren.
's Morgens had ik nog een leuk gesprek met een Engelsman. Zij waren met z'n vieren in Passau begonnen en gingen tot Budapest. Best wel interessant om zo even wat ervaringen uit te wisselen.
De route van deze dag ging vooral langs wegen waar ook autoverkeer over heen jakkert. Vandaag wordt het verhaal dan ook korter en ik heb maar een paar foto's genomen. Het was dan ook echt zo'n dag van: blik op oneindig en verstand op nul en gáán, zou Jan van der Meij vroeger zeggen.
Onderweg kom ik voor een stoplicht, staan er aan de shirtreclame te zien nog twee Hollanders te wachten. En zowaar, zij kwamen uit Amersfoort en gingen later de kant van Novi Sad uit, want daar kwam van één van hen z'n vrouw vandaan. Zij waren twee dagen eerder vertrokken en overnachten vooral op campings. We reden een tijdje samen op, maar moesten achter elkaar rijden omdat de weg uitermate slecht was en we regelmatig een soort van voet/fietspad op moesten dat van een dermate slechte kwaliteit was, dat in ons land advocaten rijk zouden worden van de schade claims. Bij ons (in het overgeorganiseerde Nederland) kan je bij wijze van spreke de gemeente aansprakelijk stellen als je over een losliggende stoeptegel struikelt. Hier ontbreken die ten enenmale. Soms ligt er een strookje beton of asfalt, soms niets. En kom je in de buurt van een kruising, dan houdt jouw ‘fietspad' gewoon op en voel je je min of meer een stuntfietser die over allerlei hindernissen heen springt. En in de steden en dorpen hebben ze de bizarre neiging om lantaarnpalen en elektriciteitsmasten midden op het voet/ fietspad te zetten. En met m'n tassen links en rechts wordt het dan allemaal wel erg krap. Maar op een gegeven moment reden we op een nieuw fietspad en hadden we de mogelijkheid om wat ervaringen uit te wisselen. En al pratend reden we natuurlijk prompt verkeerd. In zo'n situatie denk je namelijk allemaal dat de ander de weg wel weet. Totdat we op een gegeven langs de Donau kwamen en zagen dat we stroomopwaarts, in plaats van stroomafwaarts reden. Wat te doen? Ons restte tenslotte niet anders dan terug te keren en de goede weg op te gaan zoeken. Zij besloten echter eerst een rustpauze in te lassen. Na een hartelijk afscheid ben ik uiteindelijk toch in Budapest aangekomen. Maar wat is dat een totaal andere stad dan bijvoorbeeld Wenen. In Wenen kom je na een aantal kilometers in het centrum terecht. Maar in Budapest rijd je kilometers lang tussen de flatgebouwen van de buitenwijken door, zonder dat je het gevoel hebt, of door verkeersborden duidelijk gemaakt wordt, dat je in het centrum gekomen bent.
Wel zag ik op een gegeven moment het parlementsgebouw aan de overkant van de Donau, maar ik was inmiddels door allerlei weg-opbrekingen en de hele entourage van de stad zo gefrustreerd dat ik besloot door te rijden en in een volgende stad of dorp een hotel te zoeken. Maar daar heb ik me lelijk op verkeken. Want het eerste hotel was nog zo'n 30 kilometer fietsen, zodat ik toch weer meer dan 100 kilometer heb gereden. Uiteindelijk na veel zoeken en vragen ben ik in een ‘hotel' in Szigethalom terechtgekomen.
En ik ben heel benieuwd hoe het in dit ‘hotel' zal gaan. Nederlands, Engels of Duits spreken, speaking sprechen, speaken of spoken, van alles uit de kast gehaald, nou geloof het maar niet. Wat is zo'n taalbarrière dan toch jammer. Internet mogelijk ...? Nooit van gehoord, zo lijkt het. M'n fiets staat gewoon, in wat later een feesttent blijkt te zijn. En m'n kamer en m'n bed ... nou ja.
Toen ik om half zeven met veel moeite turkey had besteld, kwam - denk ik - de eigenaar naar me toe om met handen en voeten te vertellen dat er vanavond een soort familie feest was. Ik had al zo'n donkerbruin vermoeden, want net onder mijn slaapkamerraam werd een muziekinstallatie opgebouwd. Maar goed ... ik moest meekomen en proeven van een soort goulashsoep, die in een giga grote gietijzeren pan op een vuurtje door opa werd klaargemaakt. Het smaakte verrukkelijk, maar ja ... ik had al kalkoenfilet besteld. Dat probleem kon ik hem ook min of meer duidelijk maken. Maar dat bleek voor hem niet het minste probleem, want ik kreeg gewoon die soep na m'n kalkoen met patat. En ik moet zeggen dat ‘voorafje' was eigenlijk al teveel van het goede. Maar het was heerlijk klaargemaakt. Ondertussen begon de muziek te spelen en als Adri er nu nog bij geweest was, zou het een avond met een randje kunnen zijn. Op een gegeven riep de opa van de soep me en begon de soep voor me op te scheppen. Een mengeling van paarse en witte bonen, vlees, aardappels en nog een aantal ingrediënten die ik niet thuis kon brengen. En ik moet zeggen, het smaakte verrukkelijk.
Maar ja, ik was behoorlijk moe van het fietsen en al dat eten lag behoorlijk zwaar op m'n maag, zodat ik op een gegeven moment om half negen toch maar besloot het feest het feest te laten.
't Was tot zover in ieder geval een bemoedigend einde van deze dag.
Naar Esztergom
Vrijdag 5 juni
Het blijkt toch nog al eens problemen te geven met het internet. Donderdagavond viel het met regelmaat zomaar weg. Het duurt wat langer en sommigen zullen bemerken dat het met horten en stoten gaat.
Vanmorgen om 09.30 uur vertrokken uit Komaron richting Tata. Een mooi begin van zo'n 20 kilometer. Het betekende wel een stuk omrijden. Want je verlaat dan de route langs de Donau en trekt meer het binnenland in. De rit ging weer door een akkerbouwgebied. Er waren zelfs al percelen bij waar het koren begon te rijpen. Dus weer een andere kleur.
Tata is best wel een mooi stadje. Het ligt als het ware tussen twee meren in. Van veraf kun je de twee torens van de laat barokke kruiskerk al zien. Iets verder de stad in heb ik wat foto's genomen van de waterburcht die als een soort stenen stop het meer afsluit. Deze burcht was een geliefd jachtslot, waar ook ridderspelen plaatsvonden. Op een centraal plein heb ik ook een foto genomen van een markante achthoekige klokketoren. Na Tata ging het in de richting van Szomod. Maar voor ik uit Tata was, werd nog een hele puzzel. Ik heb een prachtig routeboekje dat me van straat tot straat door een stad leidt. Geen probleem zou je zeggen. Maar het probleem zijn de straatnaambordjes. Vaak een onooglijk klein bordje op de gevel van het eerste huis. Ik heb er twee foto's van genomen. Onleesbaar of zo onopvallend dat je eraan voorbij bent voor je het in de gaten hebt. En dat gebeurde me dus een paar keer. Maar goed er zijn ergere dingen denkbaar.
Na Tata volgde weer een soort bergetappe uit de Tour de France, over een uitloper van de zogenaamde Gerecse-heuvels, gevolgd door natuurlijk een afdaling naar de Donau terug. De klim begon in het plaatsje Szomod en duurde 2,5 kilometer met 7%. Een zware klim die echter een onverwachte bemoediging in zich bergt. Na zo'n twee kilometer zwoegen en zweten om alles boven te krijgen stond er ineens een Christusbeeld langs de weg, met de bede 'erbarm U over ons'. Ik ben toch even afgestapt, want m'n zus Marijke wil graag foto's zien en er wat foto's van genomen en er even wat kort bij stil te staan. Noem het een meditatief momentje. En ik weet niet of ik dat nu zo graag wilde, maar het leek zo maar wat makkelijker te gaan. Ik voelde me heel even een klein beetje - een heel klein beetje - als de klimmer Bahamontes, met de bijnaam, ‘de adelaar van Toledo.' Boven gekomen volgde de grootste verrassing, de kerk. Nota bene op de top van de heuvel, toch nog op een soort terp gebouwd. Zoiets als onze kerk op het Castellumplein, maar dan wat hoger. Daar ga je dus echt ‘op naar de kerk'. Ik kan me voorstellen dat ze daar elke zondag Psalm 122 zingen: 'Hoe zijn de stammen opgegaan'. Boven op de hoogvlakte, bij het plaatsje Dunaszentmiklos, ontplooide zich een letterlijk en figuurlijk adembenemend landschap, zo hoog en zo mooi. Je keek uit over wijnvelden en de Donau tot ver in Slowakije.
Voor het overige was het een kwestie van op het fietspad langs de grote weg doortrappen tot in Esztergom.
Esztergom ademt de sfeer van een roemrijk verleden. Een voormalige hoofdstad als centrum van koning en kerk in Hongarije. De allesoverheersende Dom staat op een markante steile rots in het begin van de zogenaamde Donauknie. De reusachtige Dom is al van verre zichtbaar. Het is de grootste van Hongarije en de op drie na grootste van de wereld. 24 slanke zuilen dragen aan de buitenzijde de koepel die 107 meter hoog is. Ik heb daar werkelijk met genoegen een paar uur doorgebracht, mede omdat ik al vrij vroeg aangekomen was. En een orgel ... zo mooi qua uiterlijk maar ook voor wat betreft het geluid. Want ik had het geluk dat er ook op gespeeld werd. Als je dit gehoord hebt ga je vanzelf begrijpen dat het orgel toch wel een heel uniek instrument is in een kerk.
Ik heb ook geprobeerd de vier kerkvaders die de centrale hal beheersen op de foto te krijgen, maar het is allemaal zo groot en hoog en dus moeilijk in beeld te krijgen. Voor vandaag laat ik het hierbij. Het was wéér een dag met een randje. Hoewel de lucht donker was bleef het droog. In Tata stonden weliswaar de plassen op straat, maar de bui was inmiddels weggetrokken.
Morgen wacht, na zo'n 70 kilometer trappen, Boedapest.
UItleg bij de berichten en foto's
Vrijdag 5 juni
Het blijkt toch nog al eens problemen te geven met het internet. Donderdagavond viel het met regelmaat zomaar weg. Het duurt wat langer en sommigen zullen bemerken dat het met horten en stoten gaat. Vooral ten aanzien van de foto's. Excuses daarvoor. Maar ik heb er als het goed is nu overal wat bijgeschreven.
Hongarije
Donderdag 4 juni
Vandaag eerlijk gezegd een beetje voor het vaderland weg gefietst. Gewoon een paar plaatsen in het hoofd gezet en gezorgd dat de wind een beetje in m'n rug bleef en van de natuur om me heen genieten. Ik ben langs Dunakiliti naar Mosonmagyarovar en vervolgens naar Hedervar naar Gyor gereden. Aanvankelijk zou ik daar overnachten, maar het ging lekker, de natuur was mooi en het weer was goed. Alhoewel de zon verstek liet gaan. Het was nog wel een heel gedoe om uit de stad Gyor in de goede richting weg te komen. Maar gelukkig, werkt m'n tom-tom in Hongarije nog wel. Van Gyor ben ik door de plaatsen Bony, Bana, Bobalna en Acs naar Komarom gereden.
Babolna was weliswaar een eind buiten de route, maar daar moesten als het goed was 3 hotels zijn. Als het een beetje meezat kon ik daar om 15.00 uur zijn. En dat klopte. Maar niet van die hotels. Het eerste moest een driesterrenhotel zijn. Daar zullen ze in ieder geval een internetaansluiting hebben leek me. Want gisteren op de vooroorlogse pc van m'n hospita lukte het maar net om dat ene zinnetje te typen op het Hongaarse toetsenbord, maar het tekst en fotobestand van m'n sticky copieren kon ik wel schudden. Zelfs niet met de hulp van de hospita, maar die wist ook niet dat er USB poorten op haar computer zaten. Maar goed bij het driesterrenhotel aangekomen, werd met duidelijk gemaakt dat het inmiddels een bejaardenhuis zoals Salem geworden was.
En daar wilde ik toch nog maar even mee wachten.
Het tweede hotel dan maar geprobeerd. Maar dat bleek inmiddels gepromoveerd tot museum. En hoewel ik al 61 jaren oud ben, voel ik me ook nog geen museumstuk.
Inmiddels begon ik zo te balen, dat ik besloot door te gaan naar Komarom. Dat is een vrij grote plaats met voldoende hotels. En daar lukte het me om een hotel te vinden en ook nog één waarvan de receptioniste beweerde dat zij voor internet kon zorgen.
Dat gedoe om een hotel te vinden is dan ook een reden dat ik 's morgens vrij vroeg vertrek en er in m'n planning van uitga dat ik om een uur of drie op m'n bestemming aankom. Dan heb je tenminste nog alle tijd om verder te gaan zoeken of de plaats zelf te bekijken.
Voor het overige was het weer een schitterende tocht. Rustig, want ik ben geen fietser met bepakking tegen gekomen. Nu zal dat ook wel komen omdat ik hier en daar wat van de gebruikelijke paden ben afgeweken. Maar het lijkt wel één groot akkerbouwgebied. Hier en daar zie je dat er ook koeien moeten zijn, want de boeren zijn tenminste druk bezig met balen persen of kuilen. Aan het einde van de dag kwam ik dan ook nog een paar grote kalkoenmesterijen tegen. Terwijl ik in het begin langs een giga groot aardbeienveld fietste. Ik schat dat er minimaal 100 mensen aan het plukken waren. Ik hoop maar dat dat een beetje te zien is op de foto.
Voor het overige fiets je tussen immense korenvelden door. Afgewisseld met aardappels, mais en korenbloemen. Ook wordt er heel wat koolzaad geteeld, getuige de gele bloemen. Maar af en toe zag ik ook een schitterend paars gekleurd veld, met een product wat ik niet thuis kon brengen.
Sommige akkerbouwers lijken me trouwens erg bijbelvast. Want soms krijg je de indruk dat zij de gelijkenis van Jezus over het onkruid tussen de tarwe wel erg radicaal ter harte nemen. Vermoedelijk zijn zij bang dat ze met het onkruid ook de tarwe (of welk product dan ook) weg nemen. Dus ... hebben zij geleerd, laat het maar opkomen tot de oogst.
Wat me opvalt in Hongarije is de enorme rommel in de wegbermen. Het lijkt wel of iedereen van alles uit de auto gooit. Werkelijk een puinhoop. Vandaag heb ik ook heel wat tijd doorgebracht met het doen van inkopen. Want dat moet je hier vroeg genoeg plannen. In de eerste winkel namen ze geen euro's aan. In de tweede wilden ze dat wel, maar ik had in Oostenrijk allen maar briefjes van 100 uit de flappentap gekregen, dus ook niet. Ten einde raad ben ik in Gyor naar de Raiffeisenbank gegaan. Maar ... even geld wisselen of klein maken is er daar niet bij. Een nummertje trekken mijnheer. Enfin een half uur later was ik aan de beurt. Ik vroeg in m'n beste Engels of de mevrouw achter het gepantserde glas 100 euro klein kon maken maar dat verstond zij niet. Toen heb ik op hoop van zegen een 100 eurobiljet genomen met m'n vingers een beweging van knippen gemaakt en zowaar het licht ging aan. Ik m'n biljet toegeschoven, zij zocht in een laatje en ik dacht: ‘o jee, die zoekt een schaar.' Maar nee ik kreeg een groot formulier toegeschoven waarop ik m'n gegevens in moest vullen en ... tekenen. Intussen zag ik haar één briefje van 50 klaarleggen en vervolgens telde zij voor de andere 50 euro 13.895,00 Forinten uit. Maar voordat ik het geld kreeg, moest ik eerst m'n paspoort geven en na een typesessie, kreeg ik weer een formulier toegeschoven om te ondertekenen. Vervolgens kreeg ik het geld en een kopie van het formulier met een indrukwekkend stempel. Ja, zo blijft je in ieder geval in de weer. Maar ik zat al die tijd natuurlijk wel in de zenuwen over m'n fiets en m'n bagage. Maar gelukkig stond die er nog toen ik weer buiten kwam.
Tenslotte nog dit. Ik vraag natuurlijk meerdere keren naar de weg. Daarbij heb ik het geluk dat de mensen hier uiterst vriendelijk en behulpzaam zijn. Toen ik weer eens niet precies wist, vroeg ik het aan een jongeman van in de twintig schat ik. Want je hoopt dat de jongeren in ieder geval Engels kennen. Deze kende in ieder geval het woord left (links). Want hij wees op zijn linkerarm, sprak toen vermoedelijk het Hongaarse woord voor links uit en zei: ‘is left'. En met zijn linkerarm maakte hij vervolgens een zeer wijds gebaar, waaruit ik de indruk kreeg dat ik altijd maar links aan moest houden. Maar goed, met de kaart erbij kom je dan toch weer een stukje verder.
Naar Hongarije
U krijgt dit een dag later, maar ik heb het weer in de tt laten staan.
Vandaag om 11.30 uur uit Wenen vertrokken.
Natuurlijk na eerst afscheid genomen te hebben van mijn vrouw Adri en haar zus Elly.
Het viel me aanvankelijk niet mee om de draad weer op te pakken. Want je laat toch heel wat achter en de eerste weken staan we er beiden weer alleen voor. Uit Wenen komen ging als van zelf. Ik moest eerst door het Praterpark. Een groot park, ik schat een 6 km lang. Vervolgens stak ik de Donau over en ging richting Bratislava. Al fietsend dacht ik aan de drie mooie dagen, het afscheid en lette niet goed op de bordjes. Toen ik dat wat geweest was weer wat van me af kon zetten en om me heen keek waande ik me even terug in het Paradijs. Zou deze Pinksteren dan toch het begin gebracht hebben, waarop alles weer zal zijn zoals het was? Ik kreeg deze indruk namelijk omdat ik tussen allemaal naakte mensen doorfietste die zich, als ooit Adam en Eva, niet schaamden voor elkaar. Maar omdat ze mij aankeken alsof ik een gluurder was, was er maar één conclusie mogelijk: geen paradijs, maar ik was eerder in Sodom verdwaald geraakt. Toen ik dat enigszins besluiteloos stond te overwegen sprak een vriendelijke fietsende Oostenrijker me aan. Hij concludeerde dat ik blijkbaar de weg kwijt was en vroeg waar ik heen moest. Toen ik hem duidelijk maakte dat ik de Radweg naar Hainburg aan de Donau zocht, heeft hij me een aantal kilometers op weg geholpen. Van Wenen naar Hainburg voert je dan zo'n veertig kilometer lang door een schitterend natuurgebied, het zogenaamde 'Nationalpark Donau-Auen'. Hier zijn otters en bevers, wilde zwijnen en edelherten te vinden. Werkelijk een schitterend gebied. Ik zag hier in de praktijk waar meester Couperus op de lagere school zo vergeefs aan gewerkt had. Bij hem leerden we het lied ‘Sikkels blinken sikkels klinken.' Als we dan over het golvende graan zongen snapte ik nooit wat dat betekende. Maar hier zag ik het. In het spel van zon en wind zag je werkelijk het graan golven. Kilometers lang, om vanaf de dijk stil naar te kijken en te genieten. Omdat ik een heerlijke windkracht 4 in de rug had besloot ik door te rijden naar Bratislava. Onderweg haalde ik een jonge man in die net een lekke band verholpen had. Hij bleek uit Zwitserland te komen en was onderweg naar Turkije. Met hem kon ik redelijk een gesprek voeren. Bij Bratislava besloot ik toch nog maar door te gaan, morgen kan het weer tenslotte heel anders zijn. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen in het Hongaarse plaatsje Rajka. De laatste kilometers fietste ik samen met een jonge Hollander op. Hij was vier weken geleden uit Nederland vertrokken en heeft ongeveer dezelfde route gereden. Hij wilde nog een week of acht wegblijven en zag wel waar hij terecht kwam. Wist ook nog niet hoe hij weer terug zou komen. Had tot nu toe overwegend in z'n tentje geslapen. Heerlijk onbezorgd leven.
In Rajka ben ik voor het eerst bij een woonhuis afgestapt met het bordje ‘Zimmer Frei'. Welnu de zimmer was nog frei. Het enige probleem was dat vrouw des huizes Hongaars en Kroatisch sprak en een paar woorden Duits. En ik sprak Nederlands een beetje Engels en ook een paar woorden Duits. Maar met een beetje goede wil kom je toch tot elkaar. Zij kon me zelfs vertellen waar ik goed en goedkoop kon eten. En zowaar, het was wel iets verder lopen als zij me uitgelegd had, maar een kniesoor die daar op let, het eten was perfect en met een goed glas wijn kostte het alles bij elkaar 5 euro's. Je merkt wel meteen de overgang tussen Oostenrijk en Hongarije. Kenmerkend zijn de bermen met bomen, ras en planten of bloemen langs de weg, een smal voetpad langs de omheinde woningen, bankjes en toegangspoorten. En ... blaffende honden in de tuinen, gelukkig achter een hek. Het begint wat op Roemenie te lijken. Morgen wil ik naar Babolna, zo'n twintig kilometer voorbij Gyor, fietsen. Dan heb ik er net als vandaag een 90 kilometer opzitten.
bacadabra
Wenen
Wenen 1-3 juni
Vanuit het plaatsje Pischendorf was het nog zo'n 50 kilometer naar Wenen. Na een korte fietstocht waarin ik weinig van de omgeving gezien heb omdat ik op Wenen en de ontmoeting met m'n vrouw en haar zus gericht was, kwam ik in Wenen aan. Ik was dan ook vroeg in de middag in het hotel, waar het nog heel wat moeite kostte om uit te leggen dat ik de man van mevrouw Brunt was die hier een kamer had geboekt. Zij konden haar nergens in het bestand vinden, maar na veel zoeken in het bestand wel ene mevrouw Brunt van Harten. Toen volgde nog het probleem om uit te leggen dat ik haar man was en ik op de fiets gekomen was en zij later in de middag met het vliegtuig zou komen. Uiteindelijk is alles op z'n pootjes terecht gekomen en hebben we een paar heerlijke dagen in Wenen doorgebracht. Een voettocht door Wenen ondernomen langs kerken en musea, gevaren op de Donau en op de laatste avond naar een prachtig concert waarin Mozart en Straus centraal stonden. Van m'n vrouw heb ik begrepen dat er weer heel wat ziekte is in de gemeente en dat geeft vanzelfsprekend ook de nodige zorg, want intussen mag je toch wel zeggen dat de gemeente ons aan het hart gaat.
Het waren echter heerlijke dagen, om zo in Wenen door te brengen. Vanmorgen nog wat aan m'n planning doen en m'n fiets nakijken. En vanmiddag stap ik weer op de fiets om aan het laatste stukje naar Ozunca Bai in Roemenie te beginnen.
Ik heb nu 1525 kilometer op de teller staan, dus ik ben al over de helft.