zaterdag 13 en zondag 14 juni
Zaterdag 13 juni
Vanmorgen om 07.00 uur op de fiets gestapt. Niet alleen omdat ik een pittige tocht voor de boeg had, maar omdat ik ook merkte fat een drie sterren restaurant niet alles garandeert. In dit geval zaten de buren niet bij de drie sterren inbegrepen. Dat was niet alleen een gezellig restaurant, waar het eten goed en goedkoop was, maar dat bleek tot diep in de nacht ook een populaire disco. Nu kan ik op zachte achtergrondmuziek van bijvoorbeeld 1600 mannen nog wel in slaap komen. Maar op een constante discodreun is dat toch weer andere koek. Om 04.00 uur ebde de muziek weg en kon ik nog even gaan slapen. Maar dan slaap je toch niet lekker meer, bang dat je je tijd verslaapt. Dus om zes uur m'n boterhammetjes, die ik nog van gisteren overhad, met kaas klaargemaakt, want ik heb geleerd van m'n moeder en schoonmoeder dat je niks weg mag gooien, en vervolgens heerlijk ontbeten. En lunchpakketje klaargemaakt voor onderweg en de rest van m'n brood netjes opgeborgen voor morgen.
En toen begon de (berg)rit, waar ik natuurlijk best wel tegen op zag. Om te beginnen viel de afstand me mee 105 i.p.v. 130 kilometer. Wel was het zo vroeg nog zo koud dat ik m'n windjack aanhad. Na Brad kwam ik door de plaatsjes Criscior, Zdrapti en Mihaileni. En toen bij Buces begon de eerste klim. Windjack uit dus, want je krijgt al heel snel een natte rug. Het was een helling van 7% met daarin de nodige haarspeldbochten en dat gedurende 10 kilometer, naar de pas bij Buces Vulcan. Maar - hoewel het zwaar was - viel het me niet tegen. De afdaling naar Abrud was kort. Ik had gelukkig op de top m'n windjack weer aangetrokken, want tijdens de afdaling reed ik in de schaduw en dat ís dan koud ... ik kreeg gewoon weer dode vingers. Vanaf Abrud ben ik op mezelf en de kaart aangewezen want de LIMES route gaat meer naar boven. Na Abrud reed ik in de richting van Alba Julia, een provinciehoofdstad. Aanvankelijk golfde het terrein, want een vlak terrein kan je hier wel vergeten. Maar na een kilometer of 10 stond er een waarschuwend bord dat aangaf dat er een helling van 10% begon naar de top van de Bucium pas op een hoogte van 915 meter. Als ik al enig zelfmedelijden mocht hebben, dan raakte ik dat halverwege wel kwijt. Want daar passeerde ik een oudere boerin (in mijn ogen al een hoogbejaarde oma, maar dat is hier slecht schatten) die met twee koeien aan een touw naar boven zeulde. Het zal voor haar een dagelijkse gang zijn maar ik vond het te gênant om er een foto van te nemen. Boven gekomen - ik had er inmiddels 50 kilometer opzitten - dacht ik bij mezelf, als ik dit gehaald heb moet het misschien toch mogelijk zijn om het einddoel te halen.
Maar toen volgde dé verrassing. De weg liep langzaam naar beneden tot aan Alba Julia toe. Dat zal wel betekenen dat ik maandag weer zal moeten klimmen, maar dat is maandag pas.
Het was vandaag al met al één van de mooiste ritten. Vooral die laatste 50 kilometer door een prachtige vallei heen. Een werkelijk schitterende natuur, allervriendelijkste mensen, die met één twee of drie koetjes in de bermen en op de berghellingen lopen om de dieren te laten grazen. En overal zie je vanaf de weg naar de rivier mensen aan het werk op hun akkertjes met mais en andere producten. Zo te zien allemaal bestemd voor de eigen consumptie.
Onderweg zie je hier in de kleine dorpen, evenals in Hongarije, heel wat dorpsbewoners lang de kant van de weg in geïmproviseerde stalletjes hun producten van het land aan de man proberen te brengen. In Romenie vooral kersen. Kersenbomen staan hier overal ook langs de weg. En ineens valt je dan op dat ik onderweg nog geen enkele spreeuw heb gezien. M'n zwager in de Betuwe heeft ook een aantal kersenbomen. Daar heeft hij een hele constructie met een net overheen moeten bouwen om te voorkomen dat de spreeuwen z'n kersen opeten. Maar dat is hier blijkbaar niet nodig. Wel zie ik hier vogels in de mooiste kleuren die ik in ons land nog nooit heb gezien. Maar dat komt misschien ook wel omdat je daar nu wat meer voor open staat. Als je zo weken lang alleen door die nog steeds wonderbaarlijk mooie schepping rijdt, kan dat ook bijna niet anders. Dan verlies je ook wat van de krampachtigheid over de vraag: 'hoe en in hoeveel dagen heeft God die schepping nu precies gemaakt?' Maar dan krijg je er meer en meer oog voor dat God het zo geschapen en bedoeld heeft, opdat Hij in- en door die schepping geëerd zou worden. Zo heeft Hij ook mij en u geschapen om Hem te eren, te loven en te prijzen en echt gelukkig te zijn, in een volmaakte harmonie met Zijn schepping.
En daarom is het zo jammer dat je in zo'n overweldigend mooie natuur ook met je neus op de feiten en de gevolgen van het menselijk falen wordt gedrukt. De schrijnende armoede, de troep langs de weg, zoals je bij ons bij de op- en afritten van willekeurig welke Mac-Donalds vestiging ziet. Dubbel triest is het dan ookom te zien hoe in dorpjes als Crisior en Zlatna de mijnbouwcrisis en de economische crisis heeft toegeslagen. De fabrieken draaien niet meer staan er onttakeld bij alsof er een bom opgevallen is. De haveloze flats uit die economisch gezien goede tijd staan er verpauperd bij. Veel ramen zijn verdwenen en toch wonen er nog mensen. Als je al die armoe in een werkelijk schitterende natuur ziet, voel ik - als bevoordeelde westerling - alleen maar schaamte en kan ik het niet opbrengen om er foto's van te maken. Soms krijg je het gevoel dat de mensen je als een soort ramptoerist zien. En als je dan Alba Julia nadert kom je vanaf een kilometers lange buitenwijk de stad binnen. Maar in die buitenwijk staan allemaal prachtige nieuwe vrijstaande woningen, worden woningen en percelen grond te koop aangeboden. Woningbouw op toplocatie zoals voor een deel ook op het vliegveld de bedoeling is. Maar het is werkelijk schrijnend als je voor die wijk en in het centrum van de stad de ellende ziet waarin mensen wonen. Ik heb er een paar foto's van genomen en zal op één van de volgende dagen een paar foto's nemen van de in onze ogen bouwvallen waarin ook mensen wonen, om de schrijnende tegenstelling te laten zien.
Hier laat ik het maar bij, want ik heb nog te veel te verwerken, emotioneel en conditioneel. En ik moet nog een manier zien te vinden om m'n verhaaltje op de site te krijgen, want internet ... nee dus.
Nog 250 kilometertjes met de nodige klimmen en dan ben ik in Ozunca Bai.
Zondag 14 juni
Op zaterdagavond was ik op verkenning geweest om te kijken of er een kerk in de buurt van het hotel was. Ik had een evangelisch-lutherse gemeente gevonden, waar om 10.00 uur een Duitstalige dienst gehouden werd. Dat sprak me wel aan, daar hoopte ik toch nog iets van te kunnen volgen. De liturgie stond net als bij ons op een bord. Ik kwam om kwart voor tien binnen en ging achterin zitten. U weet hoe dat werkt. Een oudere man die ongeveer gelijk binnen kwam sprak me aan en maakte me duidelijk dat ik aan de verkeerde kant zat. Ik zat aan de linkerkant en daar zaten de vrouwen. Er zaten welgeteld met de predikant mee 18 mensen in de kerk. Vijf minuten voor tien zag ik dat de predikant bij de ingang ging staan om de mensen te verwelkomen. Maar ja ... de meesten waren al binnen. De predikant kwam met twee kerkenraadsleden naar binnen en begon direct aan de liturgie. Geen welkom of mededelingen. Voor het eerste gedeelte, de schuldbelijdenis en de genadeverkondiging lag er een papiertje in de liedboeken. Dat was redelijk te volgen, behalve als er iets gezongen werd, wat voor de gemeente vanzelf sprak maar niet voor de gast(en). De centrale schriftlezing kwam uit Lucas 16, over de rijke man en de arme Lazarus. En toen begon de preek ... in het Roemeens. Nee ... ik werd er niet enthousiast van, ik had gehoopt, ondanks de taalbarrière, iets van de gemeenschap der heiligen te ervaren, maar het lukte me niet. Ik miste een stukje gastvrijheid en ik kreeg soms het gevoel dat de liturgie toch wel een erg vaststaand gegeven was. Dat is natuurlijk wel vertrouwd voor de trouwe kerkgangers, maar geeft je als gast het gevoel niet mee te tellen. Toen dacht ik nog even wat blijmoedigheid bij te tanken bij de Pinkstergemeente, maar daar stond een oudere man (natuurlijk in het Roemeens) vermoedelijk een getuigenis te geven en toen ik dat een twintig minuten aangehoord had en de voorganger daarna gelijk met de verkondiging begon, ben ik eerlijk gezegd afgehaakt. Natuurlijk moet ik de schuld bij mezelf zoeken en niet bij de voorgangers of de gemeenten. Het is ook wel eens goed om dit te ervaren en die ervaring mee te nemen in je eigen bediening en in ons gemeenteleven op Valkenburg.
Mocht u dit vandaag nog lezen, een gezegende zondag gewenst.
Over steenslag door bergen en dalen.
Van Sebis naar Brad (85 kilometer)
Het ging één kilometer na de start al mis. Nee, al eerder. De vorige avond had ik een compromis met de eigenaresse van het motel gesloten. Ik wilde graag om 07.00 aan het ontbijt en zij wilde dat aanvankelijk niet eerder dan 08.00 uur serveren. Uiteindelijk schreef zij 07.30 uur optafel. Enfin, m'n fiets om 07.00 uur opgetuigd en precies op tijd zat ik aan de tafel die een serveerster me aanwees. Ik kreeg koffie (zo'n petieterig klein Turks bakje) en dat was na lang wachten alles wat zij blijkbaar onder ontbijt verstonden. Nu had het volgens mij geen enkele zijn om in ronde Hollandse/Duitse/Engelse woorden duidelijk te maken dat ik iets anders onder ontbijt verstond, maar blijkbaar kenden zij de gewoonte van een ontbijt niet. Dus restte me niet anders dan op de fiets te stappen en onderweg een winkel op te zoeken. Maar ja, zo'n kleine kruidenier als vroeger Gerrit de Bruin op Woubrugge, die verkopen weer geen 4 of 5 boterhammen. Dus vertrok ik met een heel brood en drie bananen als beleg. Maar goed, als je dan wegrijdt zit je je inwendig nog een soort kwaad te maken ook, zodat je dan natuurlijk prompt een afslag mist. Ik had via het dorpje Buteni weer op de verkeersweg 79a moeten komen, maar door die misser lukte me dat pas 20 kilometer verder. Ik moest die eerste 20 kilometer over een authentieke steenslagweg heen. Gewoon puin en steenslag uit de bergen. Het zal natuurlijk, toen zo'n weg aangelegd werd, redelijk vlak geweest zijn. Maar inmiddels is het nog erger om over te rijden dan de beruchte kasseienstroken in de Ronde van Vlaanderen. Dat neemt niet weg dat het ook wel een mooi stukje was. Je komt door dorpjes, waar geen voorzieningen zijn. Soms nog wel een soort kruidenier, waar ik gelukkig na een uur fietsen m'n brood kon kopen. Je ziet hele families op kleine stukjes land werken, soms met een paard en soms alleen met handkracht.
Vanuit de informatie die ik erop nalas begreep ik dat zulke dorpjes ook nog redelijk zelfvoorzienend zijn en dat ook de ruilhandel er ten dele nog in gebruik is. Mocht u de route op een kaart volgen, ik ging van Sebis naar Paulian, Berinda, Cociuba en Revetis en kwam bij Almas weer op de 79A.
Daarvandaan kom je langs plaatsjes als Bontesti, Gurahont in Varfurile terecht. Daar heb ik me mentaal op de eerste serieuze klimmetjes voorbereid. Eén van 6% en twee cols van 8 tot 10%. Die beide laatste klimmen waren elk zo'n 1,5 kilometer lang. En wat is d a t l a n g bergop! In het begin ga je natuurlijk te hard en raak je buiten adem. Maar op een gegeven moment kom je in een bepaald ritme en gaat het wat makkelijker. Het gevaarlijkste is nog de toestand van het wegdek in combinatie met de vrachtwagens. Die willen natuurlijk geen snelheid verliezen en komen je meestal net voorbij als jij uit wilt wijken voor een gat in de weg. En gaten in de weg ... nu die zitten er wel paar. De eerste keer ga je natuurlijk ook te hard naar beneden. Je moet echt constant in je remmen knijpen met het oog op gaten in de weg. Gelukkig heb ik dan ook een reservesetje met remblokjes meegekregen van Arjan Luijten. In Brad aangekomen had ik het wel weer gehad voor deze dag. Ik heb een nieuw uitziend hotel opgezocht, met het ook op internet en zowaar u merkt het, dat is aanwezig én het werkt.
Ik kan niet anders zeggen dat Roemenie me in heel veel opzichten meevalt. De natuur is tot nu toe schitterend. De mensen zijnallervriendelijkst. Van honden heb ik nog geen last gehad en het verkeer houdt in 95% van de gevallen rekening met een fietsende dominee uit Valkenburg. Het blijft natuurlijk jammer dat je door de taalbarrière geen echt contact met de bevolking krijgt. Wat me wel opvalt is dat je in de wat grotere dorpen zulke grote tegenstellingen ziet. In de huizenbouw bijvoorbeeld, maar ook bij de mensen zelf. Sommige mensen wonen, werken en kleden zich voor je gevoel in een tijdsbeeld van 50 - 70 jaar geleden. En anderen, vooral jongeren, zijn echt mensen van de 21e eeuw. En dat leeft allemaal, ogenschijnlijk, heel gemoedelijk door elkaar heen.
Een voorbeeld. De toch vrij drukke verkeersweg (vergelijk het maar met de Tjalmaweg) loopt dwars door dorpjes heen. Naast de weg heb je dan een grasstrook van zo'n 10 meter breed en smal voetpad van een halve meter en dan de woningen. Die grasstrook wordt overal voor gebruikt. Veel mensen zijn er aan het houthakken voor de wintervoorraad. En ... er lopen overal kippen en ganzen los, in diezelfde grasstrook en soms op de weg. En dat leeft daar maar door elkaar heen. Voor vandaag houdt ik het hierbij, want de rest van het verhaal staat bij de foto's.
Morgen hoop ik via Abrud in Alba Julia te komen. Tenminste als me dat lukt, want het is 130 kilometer en ik moet de Buces pas over van 725 meter en de Bucium pas van 915 meter.
Maar het zou wel mooi zijn want Alba Julia is een provinciehoofdstad, en daar verwacht ik dan ook wel een hotel en een kerk te kunnen vinden.
Maar dat hoort u wel, of niet, want alles is afhankelijk van de vraag of er internet aanwezig is.
Van Gyula naar Sebis
Donderdag 11 juni
De spanning was toch wel een tikkeltje voelbaar in m'n maag.
De grens over, de vlakke Puszta achter me laten, de bergen tegemoet. En hoe zou het gaan met het vinden van een hotel en internet, om mijn ervaringen met het thuisfront te kunnen delen. En ... hoe zou het gaan met het eten. En om met dat laatste te beginnen, daarin werd ik op een wonderlijke wijze gerust gesteld. In het plaatsje Socodor heb ik die bemoediging op de foto gezet. Het is een foto van een Oosters-orthodoxe kerk en op de gevel stond Johannes de Doper in zijn ruige kemelsharen mantel afgebeeld. Nou ... als die in leven kon blijven van sprinkhanen en wilde honing, zal er in Roemenie voor mij toch ook wel iets te vinden zijn. Pessimisten zullen onmiddellijk in dit voorbeeld van Johannes de Doper hun kans zien en zeggen: Ja maar uiteindelijk kostte zijn manier van leven hem wel de kop (sorry Nellie ‘hoofd'). Maar we blijven optimistisch en laat ik nu net op dit moment een heerlijk gegrild stukje vlees (nee ... geen sprinkhaan) voor me neergezet krijgen.
Ach en zo had ik vandaag onder het fietsen heel wat associatieve gedachten. Maar ik zal eerst even de route voor u omschrijven. Na Gyula kwam ik om te beginnen een bemoedigend bord tegen, waarop stond aangegeven dat het naar Brasov nog 486 kilometer is. En daar moet ik ongeveer heen. Dus we schieten al lekker op. Maar goed na Gyula reed ik over de 79A via, Varsarid, Pilu en Socodor naar m'n eerste richtpunt van 30 kilometer, Chisineu-Cris. Daarna reed ik via Sintea Mare, Cherelus en Sicula naar Ineu, m'n tweede richtpunt van 30 kilometer. En vervolgens de laatste 25 kilometer via Bogsic, Manerau, Voivodeni, Aldesti en Barsa naar Sebis. Maar het begon natuurlijk met de grensovergang. Ik hoopte eerlijk gezegd op een eerste stempel in m'n paspoort, maar niks geen stempel. Het was wel een aparte ervaring. Ik moest langs een douaneverblijf van zeg maar twee meter lang en één meter breed. Aan de ene zijde stond de Hongaarse douane en aan de andere zijde, dus twee meter verder de Roemeense. (maar dat begreep ik later pas). Bij de Hongaarse aan het begin dus, moest ik m'n paspoort laten zien. Nu berg ik dat altijd, op advies van m'n vrouw, onderin m'n tas op. Ik dat tevoorschijn gehaald en na een vluchtig vergelijk van de foto op m'n paspoort met het levende evenbeeld voor zich (ik had voor de zekerheid m'n pet maar afgezet) mocht ik van de twee douaniers verder. Ik m'n paspoort weer diep weggeborgen, maar wat schetst m'n verbazing, twee meter verder moest ik het weer tevoorschijn halen voor een zelfde ritueel bij de Roemeense douaniers. Maar het einde van het liedje was dat ik per gratie naar binnen mocht. Zo voelde dat tenminste aan met die streng kijkende mensen. Honderd meter verder kon ik m'n Hongaarse forinten en wat Euro's inwisselen voor Roemeense leu. Het viel mij alles mee bij deze grensovergang. Ik had al heel wat indianenverhalen gelezen, maar ik ondervond geen enkel probleem. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je paspoort in orde is en officieel gestempeld.
Maar zo is het natuurlijk ook met je hemelse paspoort. Daar heb je trouwens niet zo veel gedoe voor nodig ... slechts het geloof in het kruis van Jezus, schenkt gratie om binnen te komen in dat heerlijke hemelse oord.
Het was een mooie tocht die pas op de laatste 20 kilometer wat begon te golven. Het is een heel bijzondere ervaring op zo'n verkeersweg als de 79A tenslotte is. Het internationale transport dendert langs je heen en op die zelfde weg kom je een paard en wagen tegen of ga je die zelf voorbij. Zo haalde ik een zigeunergezin in die hun hele hebben en houden op de wagen hadden geladen met daarover heen een soort huif, gefabriceerd van plastic.
Het is jammer genoeg niet zo goed te zien, maar ik heb een foto van een schaapskudde genomen, waar een man en een vrouw net bij de waterput vandaan liepen. Ik had ze graag van dichterbij op de foto gezet, maar de honden waren me even te fel om over de kudde te waken. Maar intussen dacht ik, wat zou je in deze omgeving prachtig over die geschiedenis van de ontmoeting van Jacob en Rachel bij de bron kunnen vertellen. Over Jacob en Rachel gedacht ... ik heb heel bewust die hooihopen op de foto gezet. Mijn vrouw Adri, is ook een boerendochter (en ik vond en vind haar net zo mooi als indertijd Jacob Rachel mooi vond). Ik heb in m'n verkeringstijd ook heel wat moeten helpen bij de hooibouw. Maar terugkijkend waren ze ook voor mij - net als bij Jacob - als één dag. Ook zulke hopen in het land moeten zetten als op die foto. En als het daarna de hooiberg in moest, stond ik met m'n schoonmoeder in de hooiberg. M'n schoonvader gooide het beneden van de wagen op een transporteur en boven moest ik het doorgooien naar de buitenkant, waar m'n schoonmoeder het dan goed legde. Want dat was ook een heel aparte handeling om te zorgen dat het ook nog eens bleef liggen. Maar goed als dan die hooiberg vol raakte, moest ik samen met m'n schoonmoeder aan het ‘kikkeren'. Ik noem dat bewust even, omdat ik benieuwd ben of bijvoorbeeld de kinderen van de Burcht weten wat ‘kikkeren' in een hooiberg is. Ik noem dit ook omdat de hooibouw bij ons toch wel aardig verleden tijd is en ik praat tenslotte over iets van 35 jaar geleden. En dan moet je je voorstellen dat je moeder 55 jaar is en volop meedoet aan het werk op de boerderij, waar zij ook nog eens kaas maakte. Ik hoop dat u hier iets van de onuitsprekelijke bewondering voor m'n schoonmoeder in hoort die inmiddels 92 is geworden en die mij al heel wat keren heeft laten zien wat doorzettingsvermogen is. Iets van die manier van leven zie ik hier in deze omgeving weer terug. In Hongarije zag ik vrouwen van - ik schat 50 jaar - straatvegen. Ziet u het voor u ... Stel je eens voor dat, om maar twee willekeurige mensen te noemen, Coby Volwater en Joke Aldekamp elke week de Torenvalk aan komen vegen!?
U ziet ook een foto van een visvijver waar, als ik het goed begreep, een wedstrijd aan de gang was. Ik heb er een tijdje naar zitten kijken en ik denk dat m'n zwager Hugo een goede kans zou maken. Maar ik wil geen valse hoop scheppen, het is me net even te ver om je achterop de fiets mee te nemen.
En zo ben ik dan tenslotte in dit hotel aangekomen. Het was even zoeken, maar ik heb de Hollandse mond en de gebaren van m'n moedertje maar weer gebruikt en zowaar, ik vroeg naar een ‘hanul' (een motel) en na lang nadenken en vervolgens een stortvloed van woorden, waar ik op hoop van zegen maar ja op knikte en bleef knikken, begreep ik dat er één bij het ‘laq' was. En dat had ik uit m'n voorbereiding onthouden, dat een ‘laq' een meer was. Maar hoewel ik geen ‘laq' zag kwam ik opeens wel dit motel tegen. Het ‘laq' bleek dan ook aan de achterzijde te liggen. Ik heb er een foto van gemaakt vanaf m'n balcon. Ik hoop wel dat de zon wat vroeg achter de berg wegzakt, want het is er nu 38 graden.
Morgen hoop ik zo vroeg mogelijk te vertrekken richting Brad. Want dan begint het echte werk. Ik kom dan een langgerekte klim tegen van 6% en twee keer een klim van 1,5 kilometer van 8-9%. En bij zo'n hitte als vandaag zal dat nog een heel nummer worden om de 85 kilometer naar Brad te overbruggen. Vandaag heb ik tenslotte ook 85 kilometer gereden.
Richting de grens van Roemenie
Woensdag 10 juni
Ik hoop dat het in het hotel waar ik nu zit wel gaat lukken om op internet te komen. Want het kostte me gisteren uren om via/via die paar zinnen verstuurd te krijgen. Het was een vooroorlogse computer waarbij je na elke handeling een paar minuten moest wachten. En natuurlijk is een Hongaars toetsenbord anders dan een Nederlands. (Maar gelukkig het lukt weer om via een onbeveiigde site van het hotel op internet te komen)
ps Ik heb de verhalen van de vorige dagen gewoon weer in tt laten staan.
Vanmorgen ben ik om 07.30 uur vertrokken om de warmte voor te zijn. Want het was gisteren extreem warm. Twee mensen uit Leiden, die ik bij het ontbijt ontmoette vertelden dat zij 38 graden op hun thermometer hadden gemeten. Zij waren in Wenen gestart en hadden een rondrit op de fiets door Hongarije gemaakt. Min of meer rond het Balaton meer. Het contact was kort want ook zij wilden zo vroeg mogelijk vertrekken. En weer had ik de wind mee, half mee, zodat de grote plaat er op kon en ik soms tegen de 30 km fietste. Het wonderlijke is vervolgens, als je dan je gemiddelde snelheid berekent dat je dan op zo'n 18 km gemiddeld komt. Met rust mee gerekend.
Ook vandaag reed ik de hele tijd door het Nemzeti natuurpark.
Dan moet u zich als volgt voorstellen. Van Hodmezovasarhely waar ik vandaan vertrok loopt er een rechte weg door de Puszta en dat park van 35 km lang naar de volgende plaats Kardoskút. Onderweg ben ik afgestapt bij een observatiehut. Werkelijk ... rondom je zie niet anders dan de oneindige vlakte van de Puszta. Natuurlijk zitten er ook boeren. Veeteelt en akkerbouw, allemaal enorm groot. Wat mij bijzonder opviel was de enorme voorraden aan kuilgras. In grote ronde balen met een soort net eromheen lagen ze keurig opgestapeld. Aan de kleur kon je zien dat het gras van de afgelopen jaren nog lang niet op was. Ik overwoog al fietsend twee mogelijkheden. Of ze verwachten de zeven magere jaren zoals in de bijbelse tijd van Jozef. Of ze zijn verplicht het land in dat natuurpark af te maaien.
Wat ook een mooie ontwikkeling is, is het volgende. Hoe verder ik naar het zuiden kom, hoe warmer het wordt. Schreef ik een week terug dat ik al een geel korenveld gezien had, nu kwam ik de eerste combines tegen. Ik heb ook nog een foto van een gewas genomen, zodat Jaap z´n plantenkennis kan oefenen, want ik vond et een heel leerzaam stukje. Onderweg kwam ik hectares lang een gewas tegen wat leek op een tomatenplant. Maar het zal wel iets anders geweest zijn. Nu waren ze toevallig op dat land aan het werk en ik wilde het thuisfront ook iets leerzaams bieden. Dus een van de mensen aangesproken en in m´n beste ´Hongaars´gevraagd wat voor gewas dat was. Maar ik denk dat ik de klemtóón wat verkeerd legde, want hij keek me alleen maar aan alsof ik van een andere planeet kwam. Maar ik woon toch heel gewoon op fietsafstand van hem in Valkenburg. Maar goed, ik wijs naar de planten en vraag ´tomato´s?´. En hij begint breed te lachen zegt telkens weer - ja knikkend - prototo´s of zoiets dergelijks. Ik heb hem natuurlijk ook namens jullie vriendelijk bedankt, want zo leer je tenminste nog eens wat. Alleen weet ik nog niet écht of het tomaten zijn, maar goed dan hebben we altijd Jaap van der Meij nog.
Voor de mensen die mijn reis op de kaart volgen, na Kardoskút ben ik door Pusztafoldvar, Csanadapaca en Szabadkigyos naar Gyula gefietst. Ongeveer 90 kilometer. Zoals ik gisteren al schreef zijn dat totaal 2176 kilometers. Morgen hoop ik naar Sebis in Roemenie te fietsen, een afstand van 86 kilometer.
Hoe zal het daar gaan. Met de honden bijvoorbeeld. In Hongarije kwamen vandaag voor het eerst twee van die nijdassen achter me aan. Gelukkig verstonden ze Hollands want toen ik ze met iets andere woorden dan je van een dominee mag verwachten duidelijk maakte die ik niet van ze gediend was, bleven ze luid blaffend en jankend achter.
Dat was het voor vandaag en voor wat Hongarije betreft. Nog één grensovergang en dan heb ik het bijna gehad.
Naar Hodsze ... en nog wat.
Dinsdag 9 juni
Vanmorgen werd ik om 05.30 uur wakker van de stilte, na een heerlijke nachtrust. Waar je ook aan moet wennen is dat het hier nog zo aardedonker kan zijn. Dat is bij ons in het westen haast niet meer te vinden. Het zonnetje kwam op en de natuur begon volop te leven. Met een bakkie nes zat ik om 06.00 uur onder de bomen. Om 07.30 uur ben ik op de fiets gestapt en het plaatsje Bugac achter me gelaten. Voor de kenners van deze streek: ik ben langs Morigat, Jaszszentlaszlo, en Csengele naar Kistalek gereden. Wat opvalt is dat de grond wat schraler aan het worden is, tenminste aan de gewassen te zien. Maar wat zijn de akkers groot en uitgestrekt. Onderweg zag je ook veel kassen met tomaten en paprika's. In Kistalek heb ik iets te eten en veel drinken gekocht en even gepauzeerd. Veel drinken, wat het zag er naar uit dat het erg warm zou worden. Van Kistalek reed ik via Opusztaszer, Baks en Mindszent naar Hodmezovasarhely, waar ik de nacht door zal brengen. In feite rijdt je op zo'n dag door één groot natuurpark dat zich uitstrekt van Tomorkeny tot aan Szeged. Het is werkelijk een prachtig gebied, het zogenaamde Nemzeti Park, waar de rivier de Tisza door heen stroomt. Ik moest op een gegeven moment met een pont de snelstromende rivier over. Zij maken daarbij gebruik van een even simpel als doeltreffend systeem. Eigenlijk hetzelfde systeem dat wij kennen van de zogenaamde gierponten. Maar hier is dan een kabel over de gespannen. Aan die kabel is de pont voor en achter verbonden d.m.v. grote katrollen. Door de boot aan de achterkant meer ruimte geven krijgt hij door de stroom een voortstuwend effect. Als de stroom wat minder sterk is zetten ze even een buitenboordmotor bij. De pont vaart niet altijd want het hoogteverschil kan wel 8 meter bedragen. Onderweg zag ik voor de eerste keer een hert, maar ik was te laat voor een foto. Waar ik wel een foto van heb is een ooievaar op een nest met jongen. Die ooievaar stond stil in zon om z'n jongen wat schaduw te geven. Ook zag ik onderweg een herder met een kudde schapen. Maar ook zie je nogal eens de trieste gevolgen van het verkeer. Onderweg zag ik een doodgereden bunzing, verschillende egels en een eekhhoorn. Verder heb ik u van deze dag niet zoveel te vertellen want het was gewoon te heet om veel van je fiets af te stappen. Zo warm had ik het nog niet meegemaakt, het was boven de dertig graden en dan is 90 kilometer een pittig eind. Maar goed, alle onderdelen zijn weer schoon, gesmeerd en gepoederd en kunnen weer wat herstellen. Morgen hoop ik in Gyula, vlak bij de Roemeense grens aan te komen. Dan heb ik de eerste twee delen van de LIMES ROUTE gehad en heb ik in totaal 2176 kilometertjes gehad. En dan gaan we aftellen. Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan. In de bergen en met het vinden van een hotel of internet. Want dat wordt wel steeds minder.
Naar de Puszta
Het lukt met niet om achter een trage Hongaarse PC mijn tekst te copieren.
Maar het gaat goed en morgen (woensdag)hoop ikin Gyuala aan de Roemeense grens te komen.
Een avondje stilte beminnen
Door en op de Puszta.
Waar ik nu zit typen gaat uw en mijn stoutste dromen te boven. Midden in de verlatenheid van de Puszta, in de schaduw van een boom. Maar laat ik bij het begin van de dag beginnen.
Voor dat ‘paleis' waar ik geslapen heb, zal ik niet zo gauw reclame maken. Werkelijk de slaapkamer en het bed sliepen vorstelijk. Maar de service was beneden alle peil. Je mag toch van zo'n complex, dat uit een conferentieoord met diverse vergaderzalen en natuurlijk hotelkamers bestaat, toch verwachten dat een ober bijvoorbeeld een paar woorden Duits of Engels spreekt. Nou ... mooi niet dus. En volgens mij had hij er de smoor in dat er geen klanten waren. Moet je je eens proberen voor te stellen; in de prachtig mooie catacomben staan de tafels keurig gedekt voor zeker 100 mensen. Komt daar om zeven uur ene Bas Brunt uit Holland gewoon even kijken hoe het er uitziet en of het allemaal wel betaalbaar is, want je blijft tenslotte Hollander. Komt er ergens vandaan een ober opduiken en vraagt: (ik geef de intonatie maar even in het Hollands door) ‘wat mot je'. Ik in m'n beste Hollands/Duits/Engels gezegd dat ik even rond wilde kijken, krijg ik gelijk een menukaart in m'n handen gedrukt. ‘Drinks?' bracht hij er met de nodige tegenzin uit. En vijf minuten later zit ik alleen in die prachtige entourage van het paleisrestaurant. Ik moet zeggen de prijs was redelijk, ook voor Hongaarse begrippen. Toen ik hem m'n bestelling opgaf bleef hij me vragend aankijken, want ik had alleen het hoofdgerecht besteld. Tenslotte begon hij nukkig het overschot aan bestek en glazen weg te halen. Het eten werd gebracht en hij verdween weer. Ik moet zeggen, het smaakte prima, maar om nu te zeggen dat het sfeervol was, nee. Na de maaltijd ben ik hem snel gaan zoeken om de rekening te betalen.
's Morgens zou in de zelfde ruimte het ontbijt klaarstaan. Maar niets te zien. Een half uur later nog niet. Toen ik weer weg wilde gaan, zo van: nou dan maar niet, kwam er toch weer een ober aan en vroeg of ik ontbijt wilde. Op mijn bevestigend antwoord werd er een tafeltje tevoorschijn gehaald, kleedje erop, bord en bestek en klonk de vraag wat ik wilde. Enkel brood met kaas was mijn antwoord en zowaar dat kwam. De koffie werd thee en de jus d'orange werd grapefruitsap. Maar goed, een kniesoor die daar op let. En zowaar kwam er nog een klant binnen, een Duitser, Jurgen geheten en bij hem speelde zich hetzelfde ritueel af.
Met Jurgen heb ik nog een heel gesprek gehad. Hij was lichtelijk verbaasd dat ik helemaal uit Nederland kwam fietsen. Toen ik hem vertelde van m'n sponsortocht bood hij spontaan aan om m'n overnachting te betalen. Ik voor de vorm natuurlijk wat tegengestribbeld, maar uiteindelijk is het er toch van gekomen. Als tegenprestatie heb ik hem het adres van de website gegeven.
Over de fietstocht zelf valt niet zoveel te vertellen, behalve dat ik nog een beetje lichtelijk verbaasd over Jurgen nadenkend, prompt verkeerd reed. Maar dat had ik pas na 10 kilometer in de gaten. Gelukkig kwam ik in een of ander gehucht iemand tegen en vroeg hem de weg naar Domso of Tass. Dat waren de plaatsen waar ik volgens m'n routeboekje langs zou moeten komen. En ja hoor ... hij wees met een breed armgebaar aan dat ik weer helemaal terug moest naar het punt waar ik begonnen was. Toen hij de wanhopige blik in m'n ogen zag hield hij een auto aan en vroeg de chauffeur om hulp. En laat die man nu een beetje Engels spreken en nota bene vrienden in Nijmegen hebben. Ik hem mijn probleem uitgelegd en hij wist nog ergens een weg, die niet op de kaart stond, maar die me uiteindelijk zonder al te veel omrijden toch in Tass bracht. Op deze manier was het nog een mooie omweg want hij voerde door een natuurgebied tussen de Donau en een zijarm van de Donau. Verder kon ik redelijk het spoor houden. Ik kwam langs plaatsen met namen als: Szalkszentmarton, Szabadzallas, Iszak, Orgovany, Jakabbszallas, Bugacpusztahaza en tenslotte inBugac. Daar wilde ik overnachten. Dit dorp staat namelijk model als centrum van het leven op de uitgestrekte Puszta. Het dorp heeft een traditie hoog te houden op het gebied van paarden. Gijs Gravekamp kan beter naar deze streek verhuizen en Henk van der Nagel kan hier ook nog wel wat leren. Het dorp is namelijk vooral vermaard vanwege spectaculaire en gewaagde ruiterkunst met acrobatiek, die met veel elan en tot een span van vijf paarden tegelijk in volle galop wordt uitgevoerd.
De Puszta blijkt hier een trekpleister zoals bij ons de Veluwe, maar dan ietsje-pietsje groter. Een paar kilometer terug worden de mensen met busladingen aangevoerd en trekken dan met paard en wagen de Puszta op. Bij de receptie van dat gebeuren vroeg ik of ik ergens kon slapen. Ik had al een camping gezien, maar daar wil ik zo lang mogelijk mee wachten. Na lang en ernstig nadenken en een paar telefoontjes kwam het verlossende woord eruit. Ja, ze had een huisje midden in de Puszta, twee kilometer verder. Ik kreeg een sleutel mee, kon gaan kijken en als het me beviel kon ik komen betalen en anders ging het over. M'n fiets over een zandpad gezeuld en zowaar, midden in de Puszta (voor mijn gevoel tenminste) stond een soort vakantiehuisje. Met een douche, een keuken en een kamer- slaapkamer. Voorzien van een prachtig mooi rieten dak. M'n bagage eraf gegooid en op m'n fiets weer terug door het zand om te gaan betalen. En de prijs viel me nog niet eens tegen.
Als ik m'n zitvlak even uit m'n gedachten zet, zou ik denken dat ik op vakantie ben.
Het is hier heerlijk stil. Met andere woorden ... je hoort en ziet niets of niemand.
Maar in die stilte kan je ook heerlijk tot jezelf komen.
De dichter Willem Barnard dichtte het ooit al met deze woorden:
De stilte is een tweestemmig lied,
waarin God en mens elkaar raken.
Misschien mag ik daar vanavond ook iets van ervaren.
Nu ga ik met m'n netbook weer die twee kilometer over het zandpad naar de kiosk, want de juffrouw daar vertelde dat zij wireless internet had en ik mocht aan de buitenkant proberen contact te maken.
Nou, dat is toch bijzonder aardig vindt u ook niet?
Ik ben benieuwd. Ik vermoed dat het met foto's niet gaat lukken. Ik heb er trouwens toch niet zoveel.
Maar dat komt dan nog wel een keer, hoewel ... hoe verder ik kom, hoe groter de problemen worden om op internet komen.
En ook hier bleek dat maar weer. Want ik had die juffrouw nog gevraagd of ze een code of netwerksleutel had, maar dat was niet nodig volgens haar. Terwijl ik in het naastliggende restaurant op m'n zigeunerschnitzel zit te wachten, zie ik dat ik contact kan maken, maar dan heb ik voor het beveiligde netwerk wel een code nodig. En die code weet natuurlijk niemand en de juffrouw van de kiosk is al naar huis.
Misschien zie ik haar morgen nog, maar zij komt pas om negen uur.
Enfin, u merkt het vanzelf wel.
Nu ik het toch niet kan versturen maak ik van de gelegenheid gebruik om m'n gevoelens met u te delen. Want die lopen over. Ik ben na het eten even de Puszta ingelopen. Zomaar de wereld in, niks geen sloten of hekken. En wat kom ik onderweg tegen ... een kudde van zo'n vijftig paarden. Jammer genoeg kon ik er niet dichterbij komen en ik heb ook geen telelens. Het is nu, terwijl ik m'n gedachten laat gaan 20.15 uur. De zon zakt steeds lager en de schaduw van de bomen wordt steeds langer. Er staat geen zuchtje wind. En het is zo stil dat je de stilte kan horen, voelen, ruiken en tasten. De enige die ik nu mis is m'n Adri, dan zou het bijna volmaakt zijn. En als vanzelf welt er een lied op in m'n hart:
Stilte over alle landen,
in deze nacht
vouwen wij tesaam de handen.
Op dezelfde melodie zijn me deze woorden zo dierbaar:
Eén weet alles van ons leven
God onze Heer
Eén slechts kan ons vrede geven
God onze Heer.
Eén slechts kent uw kleinste zorgen
Houdt ons in Zijn hand geborgen
God onze Heer.
En dan hoop en bid ik dat mevrouw van den Berg en alle andere mensen in de gemeente die het moeilijk hebben en zij die meelezen zich geborgen mogen weten in de handen van God onze Heer.
Want Hij houdt zo onbegrijpelijk veel van mensen, zoals dat lied zo mooi zingt:
Eén kan niemand ooit begrijpen
God onze Heer
Daarom moet vertrouwen rijpen
in God de HEER
Eén liet Jezus voor ons sterven
om genade te verwerven
God onze Heer.
Dat je nou toch zo'n eind moet fietsen om je zo dicht bij God te weten. Dat is wonderlijk heerlijk en een ervaring die me nog lang bij zal blijven. Heerlijk om op zo'n avond, als Gods majesteit in de schepping voelbaar en zichtbaar is, dat je dan van die God mag zeggen: door genade, dank zij Jezus Christus, ook mijn God!
Ja waarlijk, de stilte is een tweestemmig lied
waarin God en mens elkaar raken.
Luister nog maar even mee, naar wat ik in die stilte mocht horen:
Iemand zei zacht dat de Heer mij bemint
En Hij mij aannemen wil als Zijn kind
Dat ik dan vreugde en vrede weer vind
Iemand zei zacht ... ... dat de Heer mij bemint
Hallelujah.
Bugac, 8 juni 2009, 20.30 uur!!!!!
Achtergrond bij de verhalen
Sommige lezers vragen zich af waar ik de gegevens vandaag haal.
Om te beginnen heb ik een routeboekje van Sweerman die ook al veel informatie heeft verzameld en verwerkt. Als ik 's avonds m'n route voor de volgende dag uitwerk, kijk ik bij hem ook naar een aantal interessante objecten die ik misschien kan gaan bekijken. Maar je kunt niet overal naar toe, anders kom ik nooit in Roemenie aan.
Vanmorgen kreeg ik bij binnenkomst in m'n hotel van de receptionist het verhaal van het paleis aangereikt. Interessant om te lezen en voor u samen te vatten, zeker nu het toch regent. Hartelijke groeten, bedankt voor jullie meeleven en tot ziens.
Maar dat natuurlijk wel DV
Bas Brunt